(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

De prachtige toppen van wietplanten waar cannabisliefhebbers zo verzot, en soms zelfs bijna geobsedeerd over zijn, bestaan niet uit één geheel maar zijn opgebouwd uit verschillende plantendelen zoals calyxen, stempels, trichomen en meer. Kortom, de anatomie van je rokertje.

De top van een wietplant is eigenlijk opgebouwd uit meerdere kleine topjes die zo dicht op elkaar groeien dat het lijkt of het één geheel vormt. Al deze kleine topjes, laten we ze voor het gemak maar even subtopjes noemen, bestaan op hun beurt weer uit een aantal verschillende plantendelen. Het zijn en blijven bloemen, dus je zult in dit artikel een hoop termen tegenkomen zoals je die wellicht nog kent van de biologieles. De bloeihaartjes van de vrouwelijke cannabisbloem zijn eigenlijk gewone stempels (stigma, of stamper) waarvan het voornaamste doel is het opvangen van stuifmeelkorrels.

top

Een perfect getekende top, de bloemblaadjes die eruit steken, moeten de top beschermen terwijl de stempels stuifmeelkorrels opvangen

De bloeihaartjes van de vrouwelijke cannabisbloem zijn eigenlijk gewone stempels (stigma, of stamper) waarvan het voornaamste doel is het opvangen van stuifmeelkorrels.

Tijdens de eerste weken van de bloeifase van een wietplant, kun je goed zien hoe de afzonderlijke onderdelen ontstaan. De groeifase zit erop en in de oksels van de takken en op de uiteinden ervan beginnen zaadzakjes te groeien. Zo’n zaadzakje noemen we een calyx, wanneer de stampers die eruit groeien bevrucht worden, zal in de calyx een zaadje ontstaan. Aan het einde van de bloeifase barst de bevruchte calyx open, zodat het zaadje eruit kan vallen en op de grond voor de volgende generatie wietplanten kan zorgen.

Suikerblaadjes

topje

Een mooie top met dikke calyxen (1), ingedroogde bruine bloeiharen (stampers, 2) en hier en daar een suikerblaadje (3).

Tussen alle calyxen groeien ook speciale bloemblaadjes, deze blaadjes verschillen wezenlijk van alle andere schutbladeren en kleine blaadjes van een wietplant. Ze bestaan maar uit één bladvinger en worden ook wel suikerblaadjes genoemd omdat ze vol zitten met harsdruppeltjes, de zogenaamde trichomen die eruit zien als suikerkristallen. Deze suikerblaadjes of bloemblaadjes hebben als doel het beschermen van de bloem. Alles om er maar voor te zorgen dat het zaad overleeft en de plant zich daarmee kan voortplanten. Kwekers prefereren echter wiettoppen zonder zaad omdat hierin door de plant alle energie is gestoken in het ontwikkelen van de top zelf, een betere top met meer bloemen maakt immers meer kans op bevruchting. Is een bloem eenmaal bevrucht, dan gaat de plant zich concentreren op de ontwikkeling van het zaad en wordt de bloem zelf minder belangrijk.

Aan het einde van de bloeifase barst de bevruchte calyx open, zodat het zaadje eruit kan vallen en op de grond voor de volgende generatie wietplanten kan zorgen

Wanneer we nog verder inzoomen op de vrouwelijke wiettop, dan zien we daar honderden kleine glimmende balletjes. Dit zijn kleine druppeltjes hars op een steeltje, ze hebben de vorm van een microscopisch klein paddenstoeltje. Deze harsdruppeltjes bevatten alle werkzame stoffen en aroma’s in cannabis, en zijn de voornaamste reden waarom wietliefhebbers graag cannabis roken, dampen of eten. Het zijn ook de trichomen waarin de cannabinoïden worden gevormd. Wanneer je een wiettop veel aanraakt of ruw behandeld dan breken de trichomen er vrij gemakkelijk af. Dit is ook precies hoe hasj gemaakt wordt; namelijk door de afgebroken trichomen te verzamelen en tot een blok hasj te persen.

(advertenties)