- 10 denkfouten die beginnende én ervaren wietkwekers maken
- Beestjes op je wiet? Zo maak je een goed ongedierte preventie- & bestrijdingsplan
- Dokter Groen maakt stekken, checkt trichomen en verwent wortels
- Mijn wietplantjes vergelen, kan ik ze nog redden?
- Singapore executeert Omar (46) voor smokkel 1 kilo wiet
- De oogst van Sofietje, het winterwietje van Wolkenwietje
Voeding voor wietplanten, alles wat je erover moet weten

Net als alle planten hebben wietplanten naast licht en water ook plantenvoeding nodig. In tegenstelling tot de meeste kamerplanten gebruiken wietplanten echter veel meer voeding, omdat ze ook met veel licht tot het uiterste worden gedreven. Het is dan ook belangrijk om goed te weten wat wietplanten aan voeding nodig hebben, zodat ze nooit honger hoeven te lijden.
Wanneer wietplanten niet de voeding krijgen die ze nodig hebben, functioneren ze niet optimaal. De groei en uiteindelijk ook de opbrengst zullen daar dan ook onder lijden.
Toch werkt voeding voor wietplanten een beetje anders dan voeding voor mensen en dieren. Het is namelijk niet de plantenvoeding die ervoor zorgt dat wietplanten dik en zwaar worden, want de échte voeding – glucose – maken wietplanten zelf, met behulp van licht. Je kunt wietplanten dus ook niet vetmesten met voeding. Dat doe je met veel licht.
Dat gezegd hebbende, hebben wietplanten wel hun hele leven genoeg voedingsstoffen nodig om te kunnen groeien en bloeien. Deze voedingsstoffen zijn mineralen of zouten. Tekorten aan deze stoffen kunnen in alle mediums ontstaan – van aarde tot steenwol tot een hydrokweek zonder medium. De gevolgen van zulke tekorten zie je terug in de bladeren, die daardoor allerlei verschillende symptomen laten zien.
Hydro- vs biovoeding
Symptomen van voedingsproblemen zie je doorgaans sneller bij een hydrokweek ontstaan, dan bij een biologische kweek op aarde. Dit komt omdat wietplanten in een hydrokweek direct de mineralen krijgen die ze kunnen opnemen. Bij aarde komen deze mineralen pas vrij wanneer het bodemleven het organische materiaal afbreekt – uit de aarde zelf of uit de biologische voeding.
Geef je te veel of te weinig, dan duurt het bij een biologische kweek op aarde altijd een paar dagen voordat je de gevolgen daarvan terugziet aan de bladeren. Bovendien geldt: tenzij de schade minimaal is, kunnen vergeelde bladeren niet meer groen worden. Het is dus belangrijk om tekorten of overschotten voor te zijn.

Tekorten aan mobiele (verplaatsbare) voedingsstoffen zie je meestal aan de onderste bladeren. Foto: The natures, Shutterstock
Mobiele en immobiele mineralen
Een overschot aan plantenvoeding zie je bij wietplanten meestal eerst aan de bladpunten. Door een teveel aan mineralen bij de wortels onttrekt osmose water aan de bladeren, waardoor de bladpunten kunnen verbranden.
Daarnaast zijn sommige mineralen mobiel en andere immobiel. Mobiele mineralen kunnen binnen de plant vrij bewegen. Tekorten aan mobiele mineralen zie je dan ook eerst aan de onderste bladeren – de plant probeert de tekorten namelijk vanuit de onderste bladeren naar boven aan te vullen. Tekorten van immobiele mineralen zie je juist eerder aan de groeipunten, omdat de plant ze niet uit de onderste bladeren kan onttrekken.
NPK en sporenelementen
Op de meeste plantenvoeding voor wietplanten zie je de zogeheten NPK-ratio staan. Dit is de verhouding van de drie belangrijkste voedingsstoffen: de macro-elementen stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K).
Bij groeivoeding is de hoeveelheid stikstof altijd aanzienlijk hoger dan fosfor en kalium. Stikstof gebruiken wietplanten vooral tijdens de groeifase, voor de ontwikkeling van bladeren en stengels. Fosfor en kalium zijn ook tijdens de groei belangrijk, maar nog meer tijdens de bloeifase. Fosfor zorgt voor sterke stammen, stevige celwanden en de ontwikkeling van bloemen. Kalium helpt bij een gezonde stofwisseling en stimuleert de groei van wortels.
Naast de macro-elementen bevat plantenvoeding ook micro-elementen of sporenelementen, die wietplanten in veel lagere hoeveelheden nodig hebben. Voorbeelden van micro-elementen zijn: calcium, magnesium, mangaan, zink en ijzer.

Stikstof (N) fosfor (P) en kalium (K) zijn de belangrijkste mineralen voor wietplanten. Daarnaast bevat voeding voor wietplanten ook sporenelementen zoals ijzer, calcium en zink. Beeld: Droidworker, Shutterstock
De macro- en micro-elementen vormen samen de plantenvoeding voor wietplanten. Ze moeten allemaal aanwezig zijn voor een goede groei en bloei. Gelukkig bevat kant-en-klare voeding voor wietplanten al deze stoffen in de juiste verhouding, waardoor planten zelden tekorten zullen ervaren.
Twee tekorten die toch met regelmaat voorkomen zijn een tekort aan calcium en magnesium. Deze ontstaan vaak bij gebruik van regenwater, of bij kweken op kokos. Gebruik in die gevallen preventief wat extra calcium en magnesium. Omdat deze tekorten vaker voorkomen zijn calcium en magnesium speciaal voor wietplanten verkrijgbaar als calmag in één flesje. Houd er ook rekening mee dat calcium en magnesium in een hydroponische kweek, pas opgenomen kunnen worden vanaf een pH-waarde van 6,4.
⚠️ Minerale voeding op aarde: geen goed idee Minerale voeding en aarde zijn eigenlijk geen gelukkige combinatie. Een te hoge concentratie aan mineralen beschadigt namelijk het bodemleven in de aarde. En zonder dat bodemleven verlies je precies het grootste voordeel van kweken op aarde. Er blijven dan ook eigenlijk maar twee logische opties over: kweek je op aarde, gebruik dan biologische voeding die je bodemleven intact houdt en voedt. Kweek je met minerale voeding, ga dan hydroponisch en sla aarde helemaal over.
Biologische plantenvoeding en het bodemleven
Wie biologisch wiet kweekt in aarde, moet ook puur biologische voeding gebruiken om de kweek biologisch te houden. Deze voeding bevat geen directe mineralen, maar organisch materiaal dat door het bodemleven wordt omgezet in de eerder besproken mineralen.
Bij een biologische kweek is een actief bodemleven daarom een vereiste. Gelukkig kun je dit bodemleven tegenwoordig gewoon uit een potje halen. Er zijn nuttige bacteriën beschikbaar die de biologische voeding afbreken, én nuttige bodemschimmels die de wortels beschermen en extra mineralen aanvoeren. Niet-gesteriliseerde potgrond en compost hebben van nature al een bodemleven, maar het is aan te raden dit aan te vullen met de juiste bacterie- en schimmelculturen.
Plantenvoeding en de pH-waarde
Naast de juiste voedingsstoffen is ook de zuurtegraad rond de wortels van groot belang. De zuurtegraad – ook wel de pH-waarde – is een schaal van 0 tot 14, waarbij 0 heel zuur is en 14 heel basisch. Bij een pH-waarde van 6 tot 6,5 kunnen wietplanten op aarde hun voeding goed opnemen. Voor wietplanten die hydroponisch gekweekt worden is de ideale pH iets lager: tussen 5,7 en 6,2.

Bij een biologische kweek met een bodemleven is de pH-waarde van minder belang dan bij het gebruik van minerale plantenvoeding. Foto: Yavana Torres, Shutterstock
Wanneer de pH-waarde te laag of te hoog is, kunnen sommige mineralen niet goed opgenomen worden – ook al zijn ze wél aanwezig in de bodem. Het gevolg zijn tekorten die je weer aan de bladeren kunt zien. Bovendien kunnen planten bij de verkeerde zuurtegraad langzamer gaan groeien.
Controleer daarom altijd eerst de pH-waarde van de aarde of het voedingswater als je tekorten of groeiproblemen ervaart.
Biologische kwekers met een actief bodemleven hoeven zich doorgaans weinig zorgen te maken over de pH-waarde — de bodembacteriën regelen dat voor je. Voor iedereen die met minerale voeding werkt en geen bodemleven heeft, is de pH-waarde echter wél cruciaal.
Voeg daarom altijd eerst je plantenvoeding aan het water toe en laat het water op temperatuur komen. Daarna zuur je het voedingswater aan met pH-min uit een fles — een speciaal zuur waarmee je de pH-waarde omlaag brengt. Gebruik een pH-meter om de zuurtegraad te meten en geef het voedingswater pas aan je wietplanten als de pH goed is. Nogmaals: dat is tussen de 6 en 6,5 voor aarde en tussen de 5,7 en 6,2 voor een hydrokweek.






































































