(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Buiten wiet kweken is goedkoop, biologisch en leuk en ontspannend om te doen. Buitenwiet smaakt bovendien heerlijk! In een goed gekweekte top buitenwiet proef je gewoon de zon. Maar de levenscyclus van een wietplant buiten duurt lang. Er kan een hoop misgaan, zeker op deze 4 cruciale momenten voor buitenwiet.

Timing is essentieel wanneer het op wiet kweken aankomt. Dat geldt voor wietplanten binnen, maar helemaal voor wietpanten buiten. Buiten heb je immers rekening te houden met de agenda van moeder natuur. Zij bepaalt wanneer je buiten zaden kunt zaaien, je wietplanten moet beschermen, wanneer de bloeifase begint en wanneer je het beste kunt oogsten.

Binnenkwekers zetten het klimaat met gemak naar hun hand. Een briesje met exact de juiste windkracht wordt verzorgt door een ventilator. Een schakelklok bepaalt met nauwkeurige precisie wanneer de binnenzon schijnt en de enige regen die er valt komt uit een gieter of wordt geheel op maat gedruppeld uit een voedingsvat. Buiten moet je het doen met de weersomstandigheden die de natuur je geeft, en dus is timing cruciaal. En helemaal op deze vier momenten.

1. De geboorte

Net als een bevalling bij mens en dier, is een wietplant bij haar geboorte ontzettend teer en kwetsbaar. Het is daarom erg belangrijk dat de omstandigheden tijdens het ontkiemen en in de eerste weken daarna optimaal zijn. Het moet warm genoeg zijn, niet te nat en zodra de zaailing boven de grond komt is het belangrijk dat ze voldoende licht opvangt.

Net als pasgeboren baby’s zijn zaailingen teer en kwetsbaar. Foto: Yarygin, Shutterstock

Wietzaden ontkiemen en groeien daarna het beste wanneer het in ieder geval niet onder de 15 graden is. Nachtvorst kan een zaailing gemakkelijk om zeep helpen, dus ontkiem wietzaden pas aan het begin van mei. Halverwege mei is er geen kans meer op nachtvorst, dus vanaf dat moment kunnen wietplanten naar buiten. Je kunt nog zaaien tot aan het begin van juli. Maar hoe langer je wacht, hoe minder tijd je plant heeft om te groeien, en hoe kleiner de oogst zal zijn.

Een zaailing is zoals gezegd erg teer, dus bescherm haar in deze cruciale levensfase tegen uitdroging en vraatzuchtige dieren. Zorg er bij het verpotten voor dat de grond vochtig maar niet te nat blijft, dus let goed op de waterhuishouding bij droog weer maar ook als het bijvoorbeeld net erg veel regent. Een hekje van tuingaas houdt hongerige (huis)dieren op afstand. Slakken kun je tegenhouden met een barrière van koperen muntjes of koperdraad rond het jonge stammetje. Waait het hard in de zaailingfase, zet je zaailing dan even binnen of bescherm hem in een (zelfgemaakte plastic) tuinkas.

2. De groeifase

In de groeifase bereid een wietplant zich voor op de bloeifase. Ze probeert zo groot mogelijk te worden, want hoe hoger en hoe meer toppen, hoe groter de kans op bevruchting. Als je niet handmatig verduistert duurt de groeifase van wietplanten in de lage landen tot ongeveer halverwege augustus. Daarna duren de nachten zo lang, dat je wietplant overgaat tot de bloeifase.

In de groeifase zijn buitenwietplanten het minst kwetsbaar voor regen, wind en dieren. Maar omdat de groeifase zo lang duurt, en wietplanten steeds groter worden en sterker gaan ruiken is het toch een cruciale fase waarin wietplanten gemakkelijk ontdekt worden. Heb je pech met je buren, dan is een telefoontje naar de politie snel gemaakt. Voor je het weet staat je tuin vol met agenten die makkelijk willen scoren door jouw planten op te ruimen.

Hou wietplanten in de groeifase laag onder de schutting en uit het zicht van buren, de politie en …Jack Russel?

Bescherm je buitenwietplanten daarom in de groeifase door ervoor te zorgen dat ze niet metershoog worden. Zeker wanneer je ze direct in de volle grond laat groeien, kunnen ze gemakkelijk boven je schutting uitgroeien. In potten worden ze meestal niet zo hoog, maar ook dan heeft het zin om je planten in de groeifase een paar keer te toppen. Hierdoor krijgen ze meer takken en ontwikkelen ze zich meer in de breedte dan in de hoogte.

Staan je wietplanten wel in de volle grond, dan kun je ze misschien maar beter scroggen. Een paar keer toppen helpt dan niet om ze kort te houden. Je kunt wietplanten ook omringen met andere planten. Als je niet weet dat ze er staan en er groeien een paar mooie grote hortensia’s naast, vallen wietplanten nauwelijks op.

3. De bloeifase

Tenzij je autoflowers kweekt, begint de bloeifase in ons klimaat zo rond augustus. Als je geluk hebt is de nazomer je goed gezind en schijnt de zon nog volop, maar meestal wordt het weer slechter, juist wanneer de toppen gevormd worden. Hoe dikker en zwaarder de toppen worden, hoe kwetsbaarder je plant ook wordt en hoe vaker het regent en stormt.

Bescherm je toppen in de bloeifase door ze te verstevigen met bamboestokken. Knip eventueel wat van de grote schutbladeren weg. Zeker als je een dichtbegroeide scrog hebt gekweekt is het belangrijk dat wind gemakkelijk door je plant heen kan waaien. Dit zorgt niet alleen voor minder risico op toprot, maar verkleint ook het risico op afgebroken takken door de wind. Bovendien hebben toppen die wat wind opvangen de neiging om zich beter te ontwikkelen en dikker te worden.

Bescherm toppen in de bloeifase met netten, gaas en bamboestokken egen de wind. Foto: Canna Obscura, Shutterstock

Naarmate de bloeifase vordert, gaan wietplanten ook steeds sterker ruiken. Dit beloofd veel goeds voor de wiet, maar is niet erg discreet en wietdieven, al dan niet in het blauw, liggen nog steeds op de loer. Aan de geur van je planten zelf is niet veel te doen, maar andere planten die ook sterk ruiken kunnen de geur wel enigszins maskeren. Voorbeelden van zulke planten zijn Afrikaantjes en sterk geurende kruiden zoals Knoflook en Bieslook, Lavendel, Rozemarijn, Ajuin (Uienplant), Munt en Citroenmelisse. De sterk geurende kruiden houden bovendien ongedierte op afstand, maar let op met het Afrikaantje want deze kan soms ook juist spint aantrekken.

4. De laatste weken

Naarmate de bloeifase tegen zijn einde loopt, is vocht vooral je vijand. Warme lucht houdt meer vocht vast dan koude lucht. Aangezien het aan het einde van de bloeifase steeds kouder wordt, wordt het ook steeds vochtiger. Bovendien regent het rond het einde van september steeds vaker. Omdat de toppen tegelijkertijd op hun dikst zijn, zijn ze nu supergevoelig voor toprot. Regenwater of condens dat in een dichtbegroeide top trekt en niet snel verdampt, zal de top van binnenuit doen rotten.

Toprot is zeer verraderlijk want je ziet het pas wanneer het te laat is. Dit komt omdat de toppen van binnenuit gaan rotten. Let in deze cruciale fase dus goed op en inspecteer je toppen op toprot. Schud toppen na een regenbui droog, of beter nog, zet je wietplanten onder een afdakje. Controleer dagelijks op toprot door je toppen goed te bekijken en zachtjes aan de bladeren die uit de toppen groeien, te trekken. Een gezond blaadje laat daarbij niet zomaar los, maar een blaadje van een rottende top wel. Is dit het geval dan buig je de top op die plaats open om de binnenkant te kunnen inspecteren. De rotte plekken zijn grijsbruin en slijmerig.

Inspecteer dagelijks op toprot en wees rigoureus in de bestrijding als je het vindt.

Toprot is niet te herstellen en wanneer je één rottende top ontdekt kun je ervan uitgaan dat de rest ook snel zal volgen. Knip en gooi alle rotte toppen weg, het is zeer ongezond om rotte wiettoppen te roken en je kunt er met goed fatsoen ook geen wietolie of hasj meer van maken. Oogst de niet aangetaste toppen ook maar meteen, voor ze ook aan toprot ten onder gaan. Beter een iets te vroeg geoogste top, dan een rotte top nietwaar?

[Openingsfoto: King Dragon, Shutterstock]
Delen via
Lekker bezig!
(advertenties)