(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

In huize Groen zit de vierde week van de zichtbare bloei erop, en loopt alles gesmeerd. Om je te inspireren voor de wietfotografie (dat het maar een professioneel vak mag worden) legt Dokter Groen je zijn werkwijze uit. Lezen dus, want misschien sleep je dan volgend jaar wel zo’n felbegeerde Gouden Gieter in de wacht!

Bloeiweken #3 tot en met #6 ongeveer zijn voor een kweker (dat ben ik dus) fantastische weken. De toppen worden steeds groter en er zijn weinig werkzaamheden die gedaan moeten worden.

Voor lezers (dat zijn jullie dus) is het echter juist niet de meest fantastische periode. Er valt immers weinig op te steken van een kweker die wacht terwijl zijn wietplant het meeste werk doet. Maar gelukkig is mijn Sneeze ook erg fotogeniek in deze bloeiweken, dus alles bij elkaar genomen is dit de ideale aanleiding om het eens te hebben over de wietfotografie. Misschien komt het je van pas als je zelf eens wietplanten op de gevoelige plaat gaat vastleggen, bijvoorbeeld als je in aanmerking wil komen voor zo’n begeerde Gouden Gieter.

Ik begin mijn wekelijkse verhaal meestal met een foto zoals hierboven, zodat je in één oogopslag kan zien hoe mijn dame er bij staat. In dit geval best goed, vind je niet? Meestal kies ik dan voor een beetje een onderbelichte foto zonder flits, zodat de toppen er mooi uitspringen in het midden. Hierdoor lijkt de 150 Watt G-Bars misschien niet zo fel te schijnen, al is dat in werkelijkheid wel het geval. Kijk maar eens wat er gebeurt als ik de flitser wel gebruik en de instellingen van mijn camera ook wat verander. Of als ik de kweeklamp helemaal uitzet…

Ja, de belichting van een foto scheelt nogal, en dat geldt helemaal voor foto’s van wat dichterbij. Gebruik je een flitser, dan lichten de trichomen van wiettoppen ineens op, omdat het licht van de flitser in de kleine bolletjes hars wordt weerkaatst. Door goed gebruik van je flitser te maken lijken je vingers ineens een stuk groener. Op de foto’s hieronder zie je het verschil tussen een toppen die met flitser gefotografeerd zijn, en zonder.

Zie je hoe er veel meer plakkerige trichomen er op de flitsfoto’s lijken te zitten? Het is allemaal optisch bedrog want in werkelijkheid zijn het natuurlijk gewoon dezelfde toppen. De flits weerkaatst in de trichomen, waarop daardoor de focus komt te liggen.

Over focus gesproken; wietplanten zijn best lastige modellen wat dat betreft. Ze zijn grillig van vorm met hun lange bladeren en sprieten van bloeiharen. Stelt je camera scherp op de bloeiharen, dan is de top zelf vaak niet scherp. Of wat verder uitgezoomd, als je scherp stelt op een top vooraan, dan zijn de buds daarachter wazig in beeld. Op de foto’s hieronder heb ik een beetje geprobeerd te spelen met het focuspunt. Op welke foto lijkt er meer wiet in beeld?

Nou, je ziet wel hoeveel verschil de instellingen op de camera, de belichting en het focuspunt maakt als het op wietfoto’s aankomt. Ook met compositie kun je als fotograaf veel verschil maken, en het is tevens een soort van handtekening. Sommige wietfotograven zoals Eric Christiansen zijn bijvoorbeeld gespecialiseerd in ultra close-ups waarop een wiettop in een soort surrealistisch landschap verandert. Ikzelf probeer vaak gewoon verschillende hoekpunten uit en wat ik niet nodig heb verwijder ik dan later gewoon.

Nou, dat was het voor deze vierde week van de bloeifase. Ik hoop dat ik je een klein beetje heb geïnspireerd om zelf ook wat leuke wietfoto’s te maken. Zoals je verder ziet voelt mijn Sneeze zich nog steeds ontzettend goed thuis in mijn kweekkast en het Flow Hydroponics Systeem. Het water daarin is ongeveer 20 graden, de EC-waarde is rond de 1,7 en de pH-waarde probeer ik zo stabiel mogelijk rond de 5,8 te houden.

Zó, weet je ook weer hoe het er kweektechnisch allemaal voor staat 😉 Tot in het nieuwe jaar!

Dokter Groen

 

(advertenties)