(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

In de kweekkast van Dokter Groen groeien de vier jonge wietplantje gestaag door. Inmiddels hebben alle vier de planten vier nodes aangemaakt, en om de planten mooi breed te laten groeien was het deze week tijd om ze voor het eerst te toppen. Hoe de groene dokter dat met zo min mogelijk stress voor de planten deed vertelt hij je zelf.

De twee soorten die ik deze ronde in de RollingStoned G-Kit kweek, verschillen nogal wat van elkaar. De Durga Mata II CBD is ten eerste een CBD soort met ongeveer evenveel CBD als THC, en de Atomical Haze is een echte THC rijke wietsoort. Maar belangrijker voor mij als kweker, is dat de plantensoorten ook qua structuur en vorm nogal verschillen. De Durga Mata is namelijk voor 90% indica en de Atomical Haze bestaat juist voor 80% uit sativagenen. Ik heb de soorten bij elkaar gezet vanwege hun eigenschappen bij het roken, maar dat betekent wel dat ik ook rekening moet houden met een verschillend groeipatroon. Ik had verwacht dat de Atomical Haze nu al flink groter zou zijn als de Durga Mata, maar dat valt me alleszins mee. De vier planten gaan redelijk gelijk op en bij alle planten zijn de internodes (de ruimte tussen twee vertakkingen) mooi en kort.

toppen2

Door alleen het kleinste groeipuntje diep in de top weg te halen, stagneert de groei bijna niet.

 

Toppen zonder stress?

Omdat de planten deze week hun vierde internode aangemaakt hebben, heb ik ze getopt. Hierdoor zullen de zijtakken wat meer uitlopen en splitst de hoofdtop zich in twee hoofdtoppen. Het doel van het toppen is om de planten vooral in de breedte te laten groeien in plaats van in de hoogte. Ik heb het toppen zo gedaan dat ik een minimaal stukje plant weg hoefde te halen. Op Mediwietforum.nl schreef ik hierover dat ik dit zo deed om de planten zo min mogelijk stress te bezorgen, waarop ik de vraag kreeg hoe je kunt zien dat een plantje stress ondervindt van het toppen. Dat zal ik uitleggen; een wietplant heeft geen stress zoals wij mensen dat kennen dus wellicht dat de term stress voor wat verwarring zorgt. Stress die wij mensen ervaren zit volgens mij vooral in ons hoofd en aangezien planten niet kunnen denken spreken we bij planten vooral van stress wanneer iets ervoor zorgt dat ze niet goed groeien of plantenziektes krijgen.

toppen1

Een getopte Atomical Haze, de ingreep deed geen centje pijn 😉

Wanneer je bij een plant iets snoeit, dan kost dit altijd wat tijd om te herstellen. Hoe groter de amputatie, hoe langer het duurt voor de plant ervan bekomen is. Om deze reden levert fimmen (een soort toppen waarbij je slechts twee-derde van het topje weghaalt) ook minder groei-achterstand op dan toppen. Wat ik nu gedaan heb is met een scherp en puntig schaartje het kleinste groeitopje wat ik kon vinden weggehaald. Ik heb de plant getopt, maar minder weggehaald als je gewoonlijk bij fimmen zou doen. Hierdoor kunnen de plantjes zonder teveel ‘stress’ lekker snel verder groeien. Wat het toppen op deze manier zal opleveren laat ik volgende week zien.

Groeilicht

Ook over het licht van de Horticoled MRIII kreeg ik een vraag. Iemand dacht dat ik alleen het rode licht van de lamp had aanstaan tijdens de groei, maar de waarheid is juist het tegenovergestelde. Hoewel ook het groeilicht van de lamp er roze/paars uitziet voor het oog, branden juist vooral de witte en de blauwe leds van de lamp. Wanneer je de bloeischakelaar inschakelt komen daar vooral de rode leds bij. Licht dat meer blauw en wit is, bootst het licht van het voorjaar na, wanneer wietplanten in de natuur vooral groeien. Dit ‘koel’ gekleurde licht zorgt bij wietplanten voor minder strek en korte internodes. In de bloeifase hebben wietplanten meer behoefte aan rood licht om toppen mee te kunnen produceren. Het weerspiegelt het rode licht van de najaarszon in de natuur.

Op de Horticoled MRIII led zit een groei- en een bloeischakelaar. Zolang wietplanten groeien gebruik je alleen de groeischakelaar. Pas wanneer je bloeiharen ziet schakel je ook de bloeischakelaar in.

Op de Horticoled MRIII led zit een groei- en een bloeischakelaar. Zolang wietplanten groeien gebruik je alleen de groeischakelaar. Pas wanneer je bloeiharen ziet schakel je ook de bloeischakelaar in. Tijdens de bloeifase zijn beide schakelaars dus ingeschakeld.

Mijn wietplanten staan nu nog op een lichtschema voor de groei, 18 uur licht dus en 6 uur donker per dag. Wanneer ik de planten in de bloei laat gaan doe ik dat door het lichtschema naar 12 uur licht en 12 uur donker aan te passen. De bloeischakelaar met het rode bloeilicht zet ik echter pas aan wanneer de planten hun eerste bloeiverschijnselen laten zien. Zo’n twee weken na het instellen van het 12/12 lichtschema.

(advertenties)