(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Minister Opstelten kraakt het wietplan van 35 coffeeshopgemeenten, met als voornaam argument dat 80 procent van de wiet voor de export is. Te zot voor woorden, vindt advocaat Maurice Veldman, want coffeeshops exporteren toch helemaal geen cannabis!? Nederland is qua softdrugs een grootmacht in de internationale doorvoerhandel. Maar dat is dus een heel ander verhaal…

 

Coffeeshops de dupe van Opsteltens drogredenen

Vorige week stond in het teken van de Wiettop in Utrecht, een initiatief van 35 burgemeesters die pleiten voor regulering van de achterdeur. Duidelijk is dat een meerderheid van de bevolking voorstander is van regulering en in de Tweede Kamer een nek aan nek race plaats vindt tussen voor- en tegenstanders. De tegenstanders zijn verenigd in het Opstelten-kamp en worden – naar het zich laat aanzien – steeds meer ziende blind en horende doof voor de vele steekhoudende argumenten voor regulering.

De minister herhaalt in deze discussie steeds twee argumenten om de initiatieven tot regulering van tafel te vegen.

Ten eerste zouden internationale verdragen zich tegen regulering verzetten. Dit is een ingewikkelde discussie, maar dat de minister ongelijk heeft wordt door een keur aan gespecialiseerde juristen onderschreven. De verdragen waar de minister zich op beroept bieden wel degelijk ruimte voor regulering.

Nederland is hasjmakelaar

veldmanEen tweede argument tegen regulering put de minister uit een onderzoeksrapport uit 2006 van de KLPD Dienst Nationale Recherche: ‘De cannabismarkt in Nederland’. De Nationale Recherche komt tot de conclusie dat van de totale productie van Nederwiet circa 80% is bestemd voor export. Regulering van de toevoer van cannabis naar coffeeshops maakt geen einde aan de grootschalige export van cannabis. Daarom blijven coffeeshophouders veroordeeld hun cannabis van de illegale markt te betrekken, aldus minister Opstelten. Maar coffeeshops exporteren toch geen cannabis?

We moeten onderscheid maken tussen enerzijds de opvallende positie van Nederland als doorvoerland van softdrugs en anderzijds de coffeeshops die hiermee niets van doen hebben en al enkele decennia op succesvolle wijze het gedoogbeleid gestalte geven.

De demonisering van de Nederlandse wietteler verhult zodoende de toonaangevende positie van Nederland in de internationale handel in softdrugs

De politie heeft nauwkeurig in beeld gebracht welke hoeveelheden cannabis zijn onderschept tijdens transporten vanuit en naar Nederland. Ook cijfers van buitenlandse opsporingsinstanties zijn in het onderzoek betrokken. Wat blijkt? De export van Nederwiet verbleekt bij de indrukwekkende hoeveelheden softdrugs die afkomstig zijn uit het buitenland (Marokko) en via Nederland worden doorgevoerd naar voornamelijk andere Europese landen (Verenigd Koninkrijk, Duitsland). De politie becijferde dat de doorvoer van buitenlandse cannabis (hasj) minstens dubbel zo omvangrijk is als de totale export van Nederwiet. Nederland is dus een transitoland voor grootschalige internationale handel in softdrugs en doet zijn reputatie van handelsnatie op overtuigende wijze eer aan. Waar Nederland internationaal gezien met de wietpas een onbegrepen en zinloos gevecht levert tegen toeristen en coffeeshops bewijst zij als leider op de internationale markt van softdrugs haar eeuwenoude reputatie van een land dat behept is met een listige koopmansgeest.

Internationale handel

De minister lijkt dus goed beschouwd te betogen dat justitie faalt een halt toe te roepen aan de koploperspositie van Nederland in de internationale handel van softdrugs. Maar de Wiettop ging toch over coffeeshops? Dat coffeeshops niets te maken hebben met deze internationale handel staat vast.

Wat door de minister niet wordt gemeld is dat de productie van Nederwiet van relatief bescheiden omvang is als wordt gekeken naar de ontzagwekkende hoeveelheden (vooral)Marokkaanse hasj die hier worden in- en uitgevoerd. Omdat slechts weinigen dit merken wordt hier in de discussie geen woord aan vuil gemaakt. We hebben het wel over georganiseerde grootschalige in- en uitvoer van naar verluidt meer dan een miljoen kilo softdrugs per jaar. De demonisering van de Nederlandse wietteler verhult zodoende de toonaangevende positie van Nederland in de internationale handel in softdrugs. En daar hebben coffeeshops niets mee van doen. Dat weet zelfs de minister, maar hij weigert dit te erkennen.

Onmacht van justitie

rechterIntussen moeten we ons afvragen wat het er toe doet als regulering van de achterdeur andere veel grotere problemen niet oplost. Het gedoogbeleid is niet bedacht om de georganiseerde criminaliteit te bestrijden, maar richt zich op de consument en de coffeeshopexploitant. Regulering van aanvoer van cannabis naar coffeeshops lost een groot probleem op dat ooit door de wetgever zelf is veroorzaakt: de vermetele achterdeur waar coffeeshophouders op worden afgerekend.

Nu wordt de aantoonbare onmacht van justitie om een halt toe te roepen aan de sleutelpositie die Nederland inneemt in de internationale softdrugsmarkt aangegrepen om de roep naar regulering van de achterdeur in de kiem te smoren. De problemen die door regulering wel worden opgelost weigert de minister te bespreken. Het is niet vreemd dat hij zelfs in zijn eigen partij steun verliest voor zijn opvallend halsstarrige houding die overal in de wereld verbazing oogst. Intussen vrees ik dat er de komende jaren weinig zal veranderen.

(advertenties)