(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Begin april verraste Jan van Piekeren – bekend als muzikant en ook al een half leven employee van een coffeeshop – ons met een sociaal bewogen column over de corona lockdown en het belang van de shops. Nu klimt ie weer in de pen voor CNNBS en wel over cannabis en Black Lives Matter. Ofwel het formidabele multiculturele succes van onze Nederlandse coffeeshops…

Liever anderhalve dag hoer

Net als veel van mijn muzikale collega’s heb ik, naast mijn werk als uitvoerend artiest, altijd bijbaantjes gehad. Het is, zeker na de kaalslag in de cultuursector, die al tien jaar aan de gang is, lastig om er helemaal van te leven.

Ook vóór corona werkte ik al anderhalve dag bij een baas voor de vaste lasten, waardoor ik de rest van de week alle vrijheid heb om achter mijn droom aan te hollen. Liever anderhalve dag hoer voor de huur, dan financieel altijd op het randje wandelen, wetend dat iedere tegenvaller er één te veel is.

Al 40 jaar verliefd (op de shop)

Mijn huur betaal ik al jarenlang van mijn werk in de andere cultuur waar ik al 40 jaar van hou: “de coffeeshop.” Natuurlijk, het is geen geheim dat het jointje al heel lang een goede trouwe vriendin van me is, dus de personeelskorting wordt zeer gewaardeerd. Voor mij is de belangrijkste reden dat ik in de shop werk de inspirerende omgeving.

Het is mijn buurthuis, stamkroeg, huiskamer en moskee.  Zoals Robert Long in een lied bezingt: “Tien uur, ik moet de stad in, waar er meer zijn zoals ik.”  Het bijzondere is dat iedereen “zoals ik”, in mijn coffeeshop, uit alle windrichtingen komt.

Op de psalmen van Bob Marley heb ik decennialang met de hele wereld de vredespijp gerookt

Ik heb me de afgelopen jaren dood geërgerd aan iedereen die hardop durfde te roepen dat de multiculturele samenleving is mislukt. Het is jammer dat de coffeeshopcultuur bijna een halve eeuw alleen de strafpunten heeft moeten pareren en nooit de bonuspunten heeft gehad voor zijn maatschappelijke functie.

Daar kun je trouwens niet alleen de politiek de schuld van geven. De branche heeft er weinig aan gedaan om de Nederlandse samenleving te wijzen op de verbroedering die in de shops is ontstaan.

Niet van de vooroordelen

Op de psalmen van Bob Marley heb ik decennialang met de hele wereld de vredespijp gerookt. Niet zoeken naar de zeven verschillen, maar onder het genot van een jointje en een bakkie, praten over de duizend overeenkomsten.

We kennen elkaar niet van de vooroordelen, maar van echte gesprekken, samen schaken of domino spelen. We hebben allemaal een een neef met kanker, een moeder die we vreselijk missen of gezeik op ons werk. We maken ons allemaal zorgen over de toekomst van de aarde en onze kinderen.

“Redemption song” zingt iedereen mee, ongeacht  kleur of afkomst. We hopen allemaal op verlossing, op een zorgeloos leven.

Blowing Lives Matter

Volgens mij heeft de gemiddelde blower meer empathie voor minderheden, omdat we zelf ook een minderheid zijn. Wij worden ook gediscrimineerd. Wij voelen ook dat er minderwaardig wordt gedacht over het gebruik van cannabis. Alle zwarten zijn lui, alle homo’s lief en alle blowers hebben een IQ van 70 en zijn kansloos. Als je op je CV vermeldt dat je cannabis gebruikt maakt je postcode of je achternaam echt niets meer uit.

Als we nou eens de Black Lives Matter aangrijpen om als blower ook eindelijk uit de kast te komen en iedereen uit te nodigen om met eigen ogen te zien dat in de coffeeshop multiculti Nederland allang de norm is.  Als we er gewoon “Blowing Lives Matter” van maken, dekt dat de hele lading. Dan doen we niet één kleur tekort.

We zullen er nooit een lintje voor krijgen maar ik ben er trots op dat toen steeds rechtser wordend Nederland klaar was met thee drinken en met elkaar praten, wij daar nooit mee zijn gestopt.

Jan van Piekeren 

(advertenties)