(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Net als wietplanten binnen, hebben wietplanten buiten ook wat te eten nodig. Plantenvoeding dus, en daar kun je buiten allerlei organisch materiaal voor gebruiken. Onder invloed van het bodemleven wordt dat namelijk vanzelf omgezet in voor de plant opneembare meststoffen. Tel uit je winst!

Buiten wiet kweken is een hobby die duizenden mensen ook in de zomer van 2022 weer zullen oppakken. Oogsten kunnen buiten enorm zijn omdat wietplanten in de volle grond gigantisch groot kunnen worden. De aarde wemelt buiten al van het leven, dus de buitenteelt leent zich geweldig voor een organische aanpak. Hier zijn 10 soorten biologische voeding waar je misschien nog nooit aan gedacht had.

1: Brandnetels – NPK 5,6-0,7-3,7

Brandnetels groeien zo’n beetje overal en zijn een uitstekende bron van stikstof (N), een van de belangrijkste meststoffen voor wietplanten tijdens de groeifase. Je moet er alleen eerst wel even een lekker theetje van trekken voor je het kunt gebruiken. Hiervoor neem je ongeveer een kilo brandnetelbladeren en meng je die in een grote emmer met ongeveer 15 liter water. Dek de emmer af want het gaat flink stinken. Na drie tot zes weken is de thee klaar voor gebruik.

Brandnetels groeien overal gratis en bevatten veel stikstof. Foto: Dezajny, Shutterstock

2: Haren – NPK 15-0-0

Je zou het misschien niet zo snel gebruiken maar mensen- en dierenharen bevatten ook veel stikstof. Het duurt wel even voor ze door het bodemleven afgebroken worden. Ongeveer twee jaar voor een hele haar, maar het proces begint al na een week of drie. Hierdoor zijn haren een prima bron van meststoffen die langzaam voor de planten vrijkomen. Als je je eigen haar of dat van je huisdier wil gebruiken, zorg er dan wel voor dat het schoon is en vrij van bijvoorbeeld haarspray of gel. Het beste is om ze eerst te wassen met water, zonder zeep.

Haren zijn lekker lang werkzaam en brengen veel stikstof in de grond. Foto: Rido, Shutterstock

3: Beendermeel – NPK 5-15-0

Beendermeel is in zo’n beetje ieder tuincentrum te koop, en bestaat uit – je raadde het al – gemalen botten uit slachthuizen. Het bevat stikstof en nog veel meer fosfor, ook een van de drie hoofdmeststoffen. Wietplanten in de bloei kunnen het goed gebruiken. Je kunt het gewoon door de aarde heen mengen.

Meel van gemalen botten, planten zijn er gek op! Foto: Javier Brosch, Shutterstock

4: Houtas – NPK 0-1-3

Als je in de zomer graag barbecuet, gebruik dan vanaf nu alleen nog houtskool daarvoor. As uit je open haard of open vuur kun je natuurlijk ook gebruiken, zolang het maar van hout afkomstig is. Hierin vinden we een hoge concentratie aan kalium, de laatste van de drie hoofdmeststoffen voor wietplanten. Bloeiende wietplanten hebben een extra behoefte aan fosfor en kalium. Nu weet je waar je dat vandaan kunt halen. As is met een pH-waarde rond de 9,4 wel behoorlijk basisch, dus pas op met aarde die al een hoge pH-waarde heeft.

Laat wietplanten uit as herrijzen. Foto: Andrii Zhezhera, Shutterstock

5: Bloedmeel – NPK 12-0-0

Bloedmeel vind je in het tuincentrum meestal naast de beendermeel. Geef het wanneer je planten groeien en een boost aan stikstof nodig hebben. Het wordt snel afgebroken en is daardoor dus ook een snelwerkende biomeststof. Omdat bloedmeel zoveel stikstof bevat kun je er ook te veel van geven, dus wees niet te scheutig ermee.

Met bloedmeel geef je wietplanten een extra stikstofboost. Foto: ALEXSTAND, Shutterstock

6: Menselijke urine – NPK 15-2-2

Jawel, je eigen plasje is ook een meststof. Het is bovendien helemaal steriel en bestaat bijna voor de helft uit pure stikstof. Let wel op en verdun je urine want het kan jonge planten verbranden. Eén deel urine op acht delen water, maar dan niet naast de pot pissen hè.

Planten houden van urine. Wel even verdunnen want het is krachtig spul. Foto: PARINYA ART, Shutterstock

7: Melasse – NPK 0,7-0-5,32

Melasse is een bijproduct uit de suikerindustrie en bevat wat magnesium. Melasse is eigenlijk geen plantenvoeding maar voeding voor de bacteriën in de bodem. Kies blackstrap melasse zonder zwavel. De verhouding melasse ten opzichte van water is 1 eetlepel op ongeveer 4 liter water. Om de melasse gemakkelijk te laten oplossen kun je het eerst even roeren in een een halve liter warm water wat je daarna weer mengt met de rest van het water. Melasse heeft de grootste impact tijdens de derde, vierde en vijfde week van de bloei.

Melasse voedt de bodem en zorgt voor meer smaak.

8: Verenmeel – NPK 13-0-0

Verenmeel komt ook uit slachthuizen, maar dan die waar ze gevogelte verwerken. De veren worden tot meel vermalen en bevatten net als haren veel stikstof. Verenmeel wordt in ongeveer zes maanden door de grond afgebroken in opneembare meststoffen.

Gebruik verenmeel voor groeiende wietplanten. Foto: Arthur Dent, Shutterstock

9: Koffieprut – NPK 2,08-0,32-0,28

Koffieprut is ook een hele fijne tip, iedereen drinkt immers wel een bakkie pleur en beschikt zodoende automatisch over gratis koffieprut. Het bevat direct opneembaar magnesium, fosfor, kalium en koper. Als het door het bodemleven afgebroken wordt komt er ook nog eens stikstof vrij.

Gooi koffieprut nooit meer weg maar geef het aan je planten. Foto: ThamKC, Shutterstock

10: Zeewiermeel – NPK 1-0-2

Ook zeewiermeel kun je in veel tuincentrums kopen. Zeewier (kelp) bevat namelijk veel van de hoofdmeststoffen stikstof en kalium, maar daarnaast ook een hoop micronutriënten en zelfs natuurlijke groeihormonen. Zeewier wordt in ongeveer zes weken afgebroken en blijft daarna maandenlang actief.

Zeewier (kelp) bevat zowel macro als micro elementen en zelfs groeihormonen! Foto: Jiang Zhongyan, Shutterstock

[Openingsfoto: MShev, Shutterstock]
(advertenties)