- Het regent (eindelijk)! Lees dit als je buiten wietplanten hebt
- Mr. Grow It: “Ik veranderde van mening over spoelen” (wij ook)
- Hé boze boeren let op; legale wiet verhoogt aantal landbouw jobs!
- Onderzoek naar 2 biostimulanten levert 2,22 keer zoveel wiet op!
- Frisse lucht in de kweektent: zo richt je een ventilatiesysteem in
- London Pound Cake: dikke dessertwiet met zoete gebaksmaak
Het regent (eindelijk)! Lees dit als je buiten wietplanten hebt

Regenen: de hemel doet het (eindelijk) weer. En als je buitenwiet hebt kijk je misschien automatisch bezorgd naar buiten nu. Gelukkig is regen voor wiettoppen in de derde week van augustus vaak minder dramatisch dan het lijkt, maar andere schimmelproblemen kunnen wel degelijk op de loer liggen. Kortom: dit is wat je nu moet weten over regen als je buiten wiet kweekt.
Fotoperiode-gevoelige ofwel lichtgevoelige wietplanten die je niet verduistert, staan nu net aan het begin van de bloei. Ze reageren op de kortere dagen en ontwikkelen voorzichtig hun eerste bloeihaartjes.
Verduisterde wietplanten en autoflowers zijn vaak al verder in de bloei, maar die zet je toch elke nacht in het donker dus kun je ook makkelijker droog zetten als het regent. Het risico van regen op toprot hangt dus vooral af van hoe ver je planten al zijn.
Waarom regen in augustus nog te overzien is
Toprot (botrytis) is de schimmel waar buitenkwekers het meest bang voor zijn, maar die slaat gelukkig meestal pas toe wanneer toppen dik, compact en groot zijn. Jonge bloemtrossen en losse calyxen en bloeihaartjes laten het regenwater nog makkelijk verdampen. Daardoor is het risico op rot in de toppen zelf nu nog relatief laag.

In augustus begint de bloeifase pas bij lichtgevoelige strains,; de kleine topjes lopen nog weinig risico op toprot. Foto: Shutterstock.
Wat je wel vaak ziet: bloeiharen die na een paar natte dagen vervroegd bruin verkleuren. Dat is grotendeels cosmetisch en zegt niets over rijpheid. Toch kan aanhoudende regen de bloei wél vertragen, niet door de bruine haartjes zelf, maar door de hoge luchtvochtigheid eromheen. Bij aanhoudend hoge vochtigheid transpireert een plant nauwelijks nog, waardoor de bloei volgens deze studie hierover, tot wel drie weken kan vertragen.
Bovendien bouwt een plant tijdens deze weken juist de dichtheid op waar toprot later dankbaar gebruik van maakt. Een paar natte dagen nu zijn echter zelden een probleem, maar laat je planten wel alvast wennen aan de routines die je verderop in dit artikel leest.
🌱 Wat is toprot (botrytis)? Toprot is een schimmelinfectie van de bloemtros, veroorzaakt door de schimmel botrytis. De schimmel groeit van binnenin de top en breekt het weefsel af, waardoor de wiet vanbinnen grijs en drassig wordt, terwijl de buitenkant er in het begin nog gezond uitziet. Toprot gedijt bij een luchtvochtigheid rond 70% en temperaturen tussen 17 en 24 graden, en is daarom vooral een risico bij dichte, rijpe toppen.
Het is altijd zonde om een paar mooie toppen bij het compost te moeten gooien door toprot.
Zet verduisterde planten en autoflowers droog
Kweek je met een verduisteringsschema om je oogst te vervroegen? Dan heb je eigenlijk al een streepje voor. Je zet die planten toch elke nacht al binnen of onder een lichtdicht afdak, dus een paar dagen extra beschutting tegen regen, kost je waarschijnlijk weinig extra moeite.
Zet verduisterde planten of bloeiende autoflowers bij aanhoudende regen gewoon iets langer of vaker droog: onder een afdak, in een schuur of tijdelijk binnen maar liefst wel met wat (kunst)licht. Zolang je het lichtschema van 12 uur duisternis aanhoudt, loop je geen vertraging op in de bloei. Meer over hoe dat lichtschema precies werkt, lees je in dit artikel over lichtschema’s voor wietplanten.
Als regen lang aanhoudt: meeldauw en stamrot
Een bui of twee, of zelfs een paar regenachtige dagen zijn zelden een ramp, maar dagenlange regen is een ander verhaal. Aanhoudend natte, stilstaande lucht is precies waar meeldauw en stamrot van houden, en die twee problemen slaan soms sneller toe dan toprot.
Meeldauw herken je aan witte, poederachtige vlekken op je bladeren, vaak eerst op de onderste bladeren waar de lucht het minst circuleert. Stamrot ontstaat juist meestal onderin de plant, op plekken waar de stam of takken constant vochtig blijven, en hierdoor grijs en/of zwart en zacht worden. Beide problemen kun je met tijdig ingrijpen meestal nog een halt toeroepen.
🍃 Wat is meeldauw? Meeldauw is een schimmelziekte die je herkent aan een witte, melige waas op de bladeren, alsof er bloem overheen is gestrooid. Echte meeldauw houdt van droge, warme dagen met koele nachten, terwijl valse meeldauw juist bij hoge luchtvochtigheid en regen ontstaat. Onbehandeld verspreidt de schimmel zich snel naar nieuwe bladeren en kan hij de plant flink verzwakken.
Meeldauw ziet eruit alsof iemand meel op je plant heeft gestrooid. Vandaar ook de naam.
Zo bescherm je je buitenwiet tegen regen
Bouw een simpel afdak of hang doorzichtig plastic folie boven je planten, zodat regen niet direct op de toppen valt maar het zonlicht wel doorkomt. Partytenten zijn ideaal voor grote wietplanten. Laat de zijkanten open voor luchtcirculatie, want stilstaande vochtige lucht is precies wat je niet wilt.
Kweek je in grote potten? Zet je wietplanten dan op een plantentrolley met wieltjes. Zo rijd je je dames bij een regenbui eenvoudig onder een afdak of overkapping, zonder te hoeven sjouwen met zware, natte potten. En staat je wietplant dan droog onder een afdak? Blijf dan toch elke dag controleren. Schimmel ontstaat namelijk ook door hoge luchtvochtigheid alleen, zonder dat er ook maar een druppel regen op je buitenwiet is gevallen.
Zijn je wietplanten toch nat geregend, schud de toppen als die er al zijn dan voorzichtig droog, zeker als de zon niet meteen doorbreekt. Daarnaast helpt het om potten van de grond te tillen zodat water niet blijft staan.
Het is verleidelijk om dichte bebladering rond de toppen weg te knippen voor betere doorluchting, maar doe dit alleen als de plant echt heel erg dicht begroeid is. De open wonden zijn namelijk plekken waar wietplanten vatbaarder zijn voor schimmels.
Zet eventueel en bij voorkeur al vroeg in de bloeifase een steunscherm of stokken bij je buitenplant. Natte, zware toppen buigen flink door aan slappe takken, en juist die combinatie van regen en wind breekt tijdens een (na)zomerstorm zo een tak af. Met op tijd geplaatste steun voorkom je die schade.
Kies als het kan voor een plek met wat wind voor je buitenwiet, of verplaats potten daarheen tijdens regenachtige periodes of bij hoge luchtvochtigheid. Vocht verdampt sneller op een tochtige plek, waardoor de luchtvochtigheid rond je toppen lager blijft. Vermijd juist beschutte hoekjes tegen een schutting of muur, want daar blijft vocht het langst hangen.
🪴 Ook als je wietplanten nog niet bloeien, dek de aarde af: Hoeft je plant nog niet droog gezet te worden omdat ze nog niet bloeit? Dek dan toch de aarde af bij zware regen, bijvoorbeeld met huishoudfolie met een gaatje voor de stam, of een plastic bord met een inkeping geknipt voor de stam. Zo voorkom je dat de aarde verzadigd raakt, wortels verstikken door te veel water en zuurstofgebrek, en dat kostbare voeding wegspoelt.
Niet bloeiende wietplanten mag je buiten laten natregenen als je de aarde afdekt met huishoudfolie.
Check ook regelmatig een betrouwbare weerapp zoals Buienradar, zodat je altijd goed bent voorbereid op regen-, stort- of hoosbuien. Meer seizoenstips vind je natuurlijk ieder voorjaar in onze grote CNNBS Buitenwiet Kalender, en die van 2026 vind je hier.
Blijf controleren, ook als de zon weer schijnt
Controleer je planten dagelijks, ook op de dagen dat het droog is, want de luchtvochtigheid kan dan nog steeds voor schimmelproblemen zorgen. Trek zachtjes aan verschillende blaadjes in het midden van je toppen: laat het zonder veel weerstand los, dan is dat een vroeg signaal van rot. Ruik ook even, want een muffe of ammoniakachtige geur verraadt schimmel soms, voordat je die met het blote oog ziet.
Vind je toch een aangetaste top? Knip het aangetaste deel er dan ruim uit, met een gedesinfecteerde schaar, en gooi het weg bij het restafval, niet op de composthoop. Zo voorkom je dat sporen zich verspreiden naar de rest van je plant, of je andere planten.








































































