(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

In Afghanistan wordt al heel lang cannabis verbouwd en hasj gemaakt. Goede ‘zwarte Afghaan’ hoort tot de wereldtop. De vraag wat er met cannabis gaat gebeuren nu de Taliban de macht hebben overgenomen, laat zich niet eenvoudig beantwoorden…

Feestbeest

Feestbeest en stichter van de Mogol dynastie: Zahïr-ud-dín Mohammed Babur

Niemand weet met zekerheid wat de geboortegrond van cannabis is; waar de plant voor het eerst voorkwam. Botanici zijn het er over eens dat het ergens in Centraal Azië moet zijn, een gebied dat bestaat uit het huidige Noordwest India, met name de provincie Kasjmir, de Punjab regio in Pakistan, Tadzjikistan, Oezbekistan, de Tiensjan of “Hemelse Bergen” in het huidige China én Afghanistan.

Een van de oudste geschreven getuigenissen over cannabis in Afghanistan is de autobiografie van de stichter van de Mogol dynastie, Zahïr-ud-dín Mohammed Babur (1483-1530). Deze avonturier was een echt feestbeest, verzamelde roesverwekkende middelen en beschreef het eten van “majoun”, een mengsel van hasj, honing, dadels en kruiden.

Hippies brengen welvaart voor hasjverkopers

Omdat Afghanistan eeuwenlang een gesloten koninkrijk was, zijn er nauwelijks betrouwbare gegevens over de cannabisteelt en de hasjproductie. Het woord voor hasj is “chars” in de twee officiële talen in Afghanistan, het Dari en het Pasjtoe. De verwantschap met het Indiase woord “charras” is duidelijk.

Voor het wereldwijde verbod op cannabis was Afghanistan niet alleen producent maar ook doorvoerland van hasj uit China en Bukhara in het tegenwoordige Oezbekistan richting het zuiden. Rond 1800 werd Bukhara hasj in India beschouwd als de best beschikbare kwaliteit. De stad Mazar-i-Sharif in het uiterste Noorden was – en is nog steeds – het centrum van de hasjhandel en productie in Afghanistan.

Sensi Seeds-oprichter Ben Dronkers tussen de wietplantjes in Afghanistan in 1970…

Toen China in 1930 cannabis verbood, sprongen veel Afghanen in het gat in de markt en gingen hasj maken, voor de lokale markt én voor de export. Tot 1973 liet Afghanistan zich weinig gelegen liggen aan de VN drugsverdragen en verboden. De toestroom van hippies uit Europa en de VS in de late jaren zestig en zeventig bracht welvaart, zeker ook voor de hasjmakers en verkopers.

Russen en Taliban-bewind #1

In 1973 kondigde Zahir Shah, de laatste koning van Afghanistan, een totaalverbod op de teelt van cannabis af en ontving 47 miljoen dollar van de Amerikanen om de wietboeren aan te pakken. Dat lukte niet erg. Nog datzelfde jaar bleek zijn persoonlijke assistent betrokken te zijn bij de smokkel van 40 kilo hasjolie naar de VS.

De gouden jaren van de Afghaanse hasj liepen door tot Marokko in de jaren tachtig op grote schaal hasj voor de export ging produceren. Tijdens de Russische bezetting van Afghanistan (1979-1989) vluchtten veel wietboeren naar Pakistan, het grensgebied in het Noordwesten. Ze namen zaden mee en gingen in Pakistan door met hasj maken, die bekend werd als Border Afghaan of gewoon Border.

Na het einde van de Russische bezetting en een aantal jaren burgeroorlog hield de Taliban tussen 1996 en 2001 zo’n driekwart van Afghanistan onder controle. Volgens sommige bronnen proberen ze de wietteelt te stoppen met draconische straffen. Maar andere bronnen melden dat de Taliban zelf stevig verdienen aan de hasj.

Amerikanen en Taliban-bewind #2

Tijdens de twintig jaar Amerikaanse bezetting (2001-2021) drukte het Westen drie anti-cannabiswetten door in Afghanistan, in 2005, 2010 en 2018. De UNODC, de drugsorganisatie van de VN, noemde Afghanistan in 2009 de grootste hasj-producent van de wereld. Maar die claim kreeg veel kritiek, ook van de drugsorganisatie van de Europese Unie, de EMCDDA.

Cannabisliefhebber Lucas Strazzeri reisde in 2018 door Afghanistan om de hasjcultuur vast te leggen. Zijn bijzondere boek ‘Afghanistan, fortress of cannabis’ (2020) is te bestellen via zijn Instagram pagina.

In een artikel voor VICE schreef Lucas: “Het viel me op hoeveel verschillende soorten planten er in één veld te vinden waren. Klein en groot, met smalle en met brede bladeren, groen, blauw, paars, de toppen vol zaden en glanzend van hars. Sommige roken naar bessen, andere naar kattenpis. Deze biodiversiteit, met het blote oog duidelijk waarneembaar, wordt behouden door de traditionele manier van telen. In plaats van nieuwe zaden te kopen, zaaien de boeren een deel van de zaden van het voorgaande jaar in, verzameld van bestoven planten.”

Het mag duidelijk zijn: de Afghaanse wietboeren en hasjmakers zijn niet klein te krijgen. Niet door Amerika, niet door de VN, niet door de Russen en ook niet door de Taliban. En er zal een dag komen dat ze hun producten opnieuw legaal kunnen verkopen op de wereldmarkt.

(advertenties)