(advertentie)
(advertentie)
(advertentie)

Een geweldig statistisch feitje: de Verenigde Staten tellen anno 2024 meer adult use cannabis dispensaries -wietwinkels in goed Nederlands- dan McDonald’s restaurants. In Nederland is dat altijd al zo geweest, maar we lopen inmiddels stevig achter met het aantal shops per inwoner.

Driekwart Amerikanen heeft toegang tot legale cannabis

Volgens de laatste cijfers van onderzoeksbureau Pew Research zijn er iets minder dan 15.000 winkels voor niet-medicinale cannabis in de Verenigde Staten. 54 procent van alle Amerikanen woont nu in een staat met legale niet-medicinale, adult use cannabis. Tel je de staten met legale medicinale cannabis daarbij op, dan kom je zelfs op 74% van de Amerikaanse bevolking.

Als we het aantal inwoners van de VS (335.136.000) delen door het aantal recreatieve wietwinkels (15.000), dan komen we uit op één wietwinkel per 22.342 inwoners.

Schrale wietwind waait door Nederland

De Nederlandse cijfers steken daar schraal bij af. Delen we het aantal inwoners van ons land (17.951.298) door het aantal coffeeshops (565), dan komen we uit op één coffeeshop per 31.772 inwoners.

Bedenk daarbij dat in maar 102 van de 342 Nederlandse gemeenten één of meer coffeeshops zitten, nog geen dertig procent. In ruim zeventig procent van de gemeenten is dus geen enkele coffeeshop te vinden.

En volgens de laatste coffeeshop-meting van bureau Breuer & Intraval  is 42,7 procent van alle Nederlandse coffeeshops gevestigd in de drie grootste steden: Amsterdam, Rotterdam en Den Haag.

Coffeeshop wordt een steeds zeldzamer verschijnsel

Toch lees en hoor ik nog steeds dat je in Nederland overal cannabis kunt kopen en dat er op elke straathoek een coffeeshop zit. Dat is dus pertinente onzin. Fake news. Sinds de overheid het aantal coffeeshops in 1999 bij is gaan laten houden, is dat aantal – op één jaar na – elk jaar gedaald. De coffeeshop wordt een steeds zeldzamer verschijnsel.

Dat geldt nog sterker voor de coffeeshop waar je niet alleen cannabis kan kopen, maar ook ter plekke consumeren. Dat verschil wordt pas sinds 2022 bijgehouden. Breuer & Intraval vraagt de ambtenaren in de coffeeshopgemeenten sindsdien of zij een of meer coffeeshops in hun gemeente beschouwen als “consumptie-coffeeshop”.

Zo komt het bureau tot 65,5 procent consumptie-coffeeshops, 19,5 procent afhaalshops en 15,4 procent onbekend.

Zo zien wij het graag: de consumptieruimte van coffeeshop Cool Running in Maastricht…

Weg met die afhaalshop, leve de coffeeshop!

De daling van het aantal coffeeshops is te wijten aan het beleid van de overheid. Maar de overheid heeft weinig tot geen schuld aan het stijgend aantal afhaalshops. Het zijn de coffeeshopondernemers zelf die besluiten hun consumptieruimte af te schaffen. Dat scheelt personeelskosten en gedoe en verlaagt het risico dat er een minderjarige met een vals identiteitsbewijs binnen is als de politie een controle houdt.

Maar een afhaalshop is geen coffeeshop. Het samen met anderen genieten van cannabis, zoals je dat met alcohol in een kroeg of restaurant doet, maakt een wezenlijk onderdeel uit van wat een coffeeshop is.

Het lijkt er op dat de komende, zeventiende Breuer & Intraval coffeeshop-meting voor het eerst een duidelijke stijging van het aantal coffeeshops zal laten zien. Laten we hopen dat het percentage afhaalshops niet is gestegen, of beter nog: is gedaald.

[openingsbeeld: Shutterstock]
(advertentie)