(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Sinds 9 juni weten we wat de voorwaarden zijn waaraan kwekers in de wietproef moeten voldoen. Dat je als aspirant-teler een hele waslijst aan informatie en bedrijfsplannen moet aanleveren, is niet zo verrassend. Dat je minimaal 125 kilo per week moeten kunnen leveren, is dat wel. Zo’n hoog minimum is een middelvinger naar craft cannabis telers, die het niet van kwantiteit moeten hebben maar van kwaliteit.

Elke shop moet dagelijks 2 kilo verkopen, minimaal

Op de pagina ‘Hoe kan ik als teler een vergunning aanvragen om mee te doen aan het wietexperiment?’ op Rijksoverheid.nl staat het klip en klaar: ‘Ook onderbouwt u hoe u minimaal 6.500 kilo droge hennep op jaarbasis kunt produceren.’ Zesduizendvijfhonderd kilo per jaar. Dat is honderdvijfentwintig kilo per week, bijna achttien kilo per dag. Meer mag, minder niet. En je moet minimaal tien soorten wiet en/of hasj produceren.

Aan de wietproef doen tien gemeenten mee, met in totaal – op dit moment – 78 coffeeshops. Als de burgemeester van Tilburg zijn zin krijgt vallen er drie af: Africa en de beide Tilburgse vestigingen van The Grass Company. Gemiddeld beleveren de tien telers straks dus 7,5 coffeeshops. Ruim zestien kilo per shop per week, dat wil zeggen dat elke shop elke dag ruim twee kilo moet verkopen. Dat lijkt mij erg veel.

Het dilemma van de staatswietkweker… treffende cartoon van @PieterHog

Waarom krijgen alleen zeer grote kwekerijen een kans?

Dit roept een paar vragen op. Wat gebeurt er met de niet verkochte cannabis? Moeten de telers die vernietigen of mogen ze er tenminste hasj van maken? Maar vooral: waarom kiezen de verantwoordelijke ministers er voor om alleen zeer grote kweekbedrijven een kans te geven? De kosten van het opzetten van een kweekfaciliteit die elke week 125 kilo cannabis kan produceren, in verschillende soorten en conform allerlei exact vastgelegde regels en specificaties, lopen in de miljoenen.

Zoals eerder terecht is geconstateerd op CNNBS, mag het geen verbazing wekken als de gereguleerde wiet en hasj ‘straks uitsluitend door grote commerciële partijen van buiten ons wereldje wordt gemaakt en niet door bestaande wiettelers’. Daarmee zou Nederland vrijwel precies dezelfde fout maken als Canada, waar de ene na de andere mega-cannabisfirma in de problemen is gekomen door een gebrek aan deskundigheid en ervaring op kweekgebied en veel te grote kweekcomplexen.

Waarom niet ook ambachtelijk & kleinschalig?

Juist om de verwende en sceptische coffeeshopbezoeker warm te laten lopen voor ‘wietproef-wiet’ zou craft cannabis perfect zijn: kleinschalig en ambachtelijk geteeld door mensen met verstand van en liefde voor de plant. Er zijn in Nederland genoeg kwekers die aan dit profiel voldoen en die graag ‘bovengronds’ zouden werken. De kans dat zij dit met deze wietproef kunnen gaan doen lijkt zeer klein, ook door de strenge regels en eisen rond Bibob en VOG (Verklaring Omtrent Gedrag).

Als de minimum productie van 125 kilo per week gehandhaafd blijft, zullen de uitverkoren telers geen ambachtelijke kwaliteitsslagers zijn, maar kiloknallers die op zeker moeten spelen

Onmogelijke spagaat: je moet je ‘teeltervaring zo veel mogelijk onderbouwen’, maar met een strafblad ben je zo goed als kansloos. En de politie heeft de afgelopen twintig jaar nogal zijn best gedaan om wietkwekers, van groot tot piepklein, op te sporen en te vervolgen. Als het bevoegd gezag redelijk en pragmatisch omgaat met het verstrekken van VOG’s en Bibob adviezen, dan zou het in de praktijk mee kunnen vallen met de uitsluiting van ervaren kwekers. Het feit dat ‘de ideale wiettelers’ John en Ines een VOG hebben gekregen ondanks een veroordeling voor cannabisteelt, geeft wat dat betreft enige hoop.

Eenheidsworst dreigt

Als de minimum productie van 125 kilo per week gehandhaafd blijft, zullen de uitverkoren telers geen ambachtelijke kwaliteitsslagers zijn, maar kiloknallers die op zeker moeten spelen. Zij zullen geen exclusieve soortjes kweken die een lange bloeitijd nodig hebben en wat minder opbrengen, maar gewoon kortbloeiende Eurowiet die maximaal oplevert en minimale zorg nodig heeft. Eenheidsworst.

Als de minimale productie verlaagd wordt, maken ook craft cannabis bedrijven een kans. Kleine wietboeren, familiebedrijven, die duurzaam werken, zowel economisch als klimaat technisch.

Familiebedrijven

In zijn boek ‘Craft Weed: Family Farming and the Future of the Marijuana Industry’, waaraan ik eerder een CNNBS column heb gewijd, schrijft Ryan Stoa over de verantwoordelijkheid van de wetgever bij de regulering van cannabis:

‘States that promote bigness do so at their peril. There are many reasons family farms represent the ideal agricultural foundation for the marijuana industry. (…) I can’t think of a more responsible approach to marijuana agriculture than a vigorous and cooperative community of family farms, supplying consumers with sustainable, high-quality marijuana, right here in the U.S.A.’

Dat kan dus ook right here in Nederland. Juist in het kader van de wietproef, zodat de verschillen tussen grootschalige productie en kleinschalige craft cannabisteelt duidelijk te meten en te bestuderen zijn.

[openingsbeeld: Roxana Gonzalez/Shutterstock]
(advertenties)