(advertentie)
(advertentie)
(advertentie)

Maken terpenen THC sterker? Dat idee, het entourage-effect, werd jarenlang breed aangeprezen. Een nieuwe studie laat nu zien dat het waarschijnlijk genuanceerder ligt: slechts een deel van de terpenen versterkt de werking van THC, de meesten leveren slechts een kleine bijdrage, en ééntje werkt THC zelfs tegen.

Het entourage-effect klinkt als het verhaal van een gelukkige cannabisfamilie: THC doet het zware werk, terwijl terpenen, CBD en andere stofjes op de achtergrond hun steentje bijdragen. Het entourage-effect zou verklaren waarom twee wietsoorten met evenveel THC toch verschillend aankomen. Maar klopt dat plaatje wel? Nieuw onderzoek zet het entourage-effect op losse schroeven.

Wat is het entourage-effect?

De term ‘entourage-effect’ stamt al uit 1998. Toen beschreven de Israëlische onderzoekers Raphael Mechoulam en Shimon Ben-Shabat dat de lichaamseigen cannabinoïde 2-AG, bij muizen beter bond en sterker werkte wanneer er twee verwante stoffen bij zaten. Dat was onderzoek naar stoffen uit het lichaam, niet naar de wietplant zelf.

Neuroloog Ethan Russo trok het idee in 2011 door naar de plant. In een overzicht in het British Journal of Pharmacology beschreef hij hoe terpenen als limoneen, myrceen en linalool zouden kunnen samenwerken met cannabinoïden. Hij noemde mogelijke toepassingen bij onder meer pijn, angst, ontsteking en bacteriële infecties, maar benadrukte dat de synergie ‘nog bewezen moest worden’.

🌱 Wat is het entourage-effect? Het entourage-effect is het idee dat de stoffen in cannabis elkaar versterken of bijsturen. THC, CBD, minder bekende cannabinoïden en terpenen samen zouden anders werken dan elk afzonderlijk. Je hoort het ook wel ‘whole-plant’-werking noemen. Of het klopt, en voor welke stoffen, is nog altijd onderwerp van onderzoek.

Een artikel uit 2017 noemde het entourage-effect zelfs het grootste mysterie van de medicinale wiet. De term duikt ook al jaren op in marketing voor whole-plant en full-spectrum producten. Leafly citeerde in 2020 een expert die het effect reëel noemt, maar slecht begrepen en vaak te breed toegepast.

Ook in het lab bleef het beeld gemengd. In 2020 testte een team vijf veelvoorkomende terpenen (myrceen, α-pineen, β-pineen, β-caryofyleen en limoneen) op de receptoren CB1 en CB2 in celkweek. Ze zagen nauwelijks effect, alleen of samen met THC. Volgens de onderzoekers moeten andere verklaringen dus nog worden uitgezocht.

Afrikaanse klauwkikker

Voor deze studie kweekten de wetenschappers eicellen van de Afrikaanse klauwkikker, met CB1- of CB2-(cannabis)receptoren. Foto: Shutterstock

Wat is er onderzocht?

Het nieuwe onderzoek verscheen in juni in het vakblad Biochemical Pharmacology. Het komt van onderzoekers van de Open University of Israel en Bazelet, een Israëlische producent van medicinale cannabis. Ze onderzochten of terpenen de werking van THC op de receptoren CB1 en CB2 beïnvloeden, en zo ja, hoe.

🧬 Wat zijn CB1 en CB2? CB1 en CB2 zijn de twee bekendste cannabinoïdereceptoren, de ‘sloten’ als het ware, waar THC op past. CB1 zit vooral in het zenuwstelsel, CB2 vooral in het immuunsysteem. Zet THC zo’n receptor ‘aan’, dan start er een signaal in de cel.

De onderzoekers lieten eicellen van de Afrikaanse klauwkikker (foto) CB1- of CB2-receptoren aanmaken. Gaat zo’n receptor aan, dan opent een kaliumkanaaltje en loopt er een meetbare elektrische stroom. Daarmee maten ze hoe hard THC de receptor activeert, met en zonder terpenen. Het THC kwam uit een extract van een THC-rijke wietvariëteit.

Zestien terpenen kwamen langs, waaronder limoneen, myrceen, linalool en β-caryofyleen. Elk terpeen werd getest in een verhouding van 1 deel terpeen op 10 delen THC, grofweg zoals de stoffen in de plant ook worden aangetroffen. Bij CB1 volgde een tweede test met een vaste hoeveelheid terpeen. Daarna testten ze acht mengsels van vijf tot acht terpenen.

Met een wiskundige methode, de isobologramanalyse, vergeleken ze wat je mag verwachten als terpeen en THC elkaar niet beïnvloeden met wat ze werkelijk maten. Zo konden ze voor elk terpeen bepalen welke van de volgende drie mogelijkheden gold: synergie, optellen of tegenwerken.

Synergie, optellen of tegenwerken: Bij synergie is het gezamenlijke effect groter dan de optelsom, je hebt dan minder THC nodig voor hetzelfde resultaat. Bij optellen komt gewoon de eigen kleine werking van het terpeen erbij. Bij antagonisme werken de stoffen elkaar tegen, en heb je juist méér THC nodig.

Zwak effect van terpenen

Op zichzelf activeren terpenen de receptoren maar zwak, ruwweg 10 tot 60 procent van wat THC doet. Samen met THC pakte het per terpeen en per receptor anders uit. Het overzicht van de onderzoekers ziet er zo uit.

🧪 Het scorebord (16 terpenen)

Synergie bij CB1: borneol, limoneen, sabineen en terpineol, plus α-pineen en ocimeen bij een vaste, hogere hoeveelheid terpeen.
Synergie bij CB2: β-caryofyleen en linalool.
Tegenwerken: eucalyptol bij CB2.
Alleen optellen: de overige terpenen, waaronder myrceen, geraniol en β-pineen.

Opvallend is hoe receptorspecifiek het is. Borneol en sabineen versterkten THC bij CB1 maar niet bij CB2, terwijl β-caryofyleen en linalool juist bij CB2 versterkten. Zelfs het populaire myrceen deed niet meer dan optellen. Eucalyptol had op CB2 zelfs méér THC nodig voor hetzelfde effect.

Ook de mengsels lieten een wisselend beeld zien. Alle acht de mengsels activeerden CB1, maar slechts drie versterkten THC duidelijk en een vierde liet een trend zien. De winnende mengsels bevatten relatief veel van de terpenen die ook los werkten. Toch bleef mengsel B, rijk aan limoneen en sabineen, zonder effect. Terpenen beïnvloeden elkáár mogelijk dus ook.

De terpenen in Erdbeer: lekker, maar het effect van de aardbeien-terpenen valt te bezien.

‘Gericht samengestelde cannabisproducten’

Volgens de auteurs weerleggen hun resultaten te brede opvattingen over één algemeen entourage-effect. Het effect verdwijnt dus niet, maar hangt af van het terpeen, de receptor en het mengsel. Daarom pleiten ze voor gericht samengestelde producten in plaats van ‘full-spectrum’ of ‘whole-plant’.

Dat gezegd hebbende: dit is celonderzoek met eicellen van een kikker, geen klinische studie met mensen. Per terpeen ging het om vijf of zes eicellen. Veel uitkomsten zaten net op de grens van statistische significantie en sommige terpenen waren niet helemaal zuiver. Bovendien kunnen de onderzoekers niet aantonen hoe de versterking precies werkt.

Ook de herkomst verdient aandacht. Drie van de zes auteurs werken voor de Israelische producent van medicinale cannabis Bazelet, dat het onderzoek mede financierde. De onderzoekers melden dat zelf netjes.

Omdat eerder onderzoek met andere methoden juist weinig vond, is dit zeker niet het laatste woord. Vervolgonderzoek met zoogdiercellen, dieren en mensen moet meer duidelijkheid geven.

Terpenen blijven zeker belangrijk voor geur en smaak, en daarmee sowieso voor je eigen plezier van wiet. Uit dit onderzoek volgt echter niet dat meer terpenen automatisch een sterkere werking geeft, of dat een bepaalde soort je extra high maakt dankzij een bepaalde smaak. 

Openingsfoto: Shutterstock