(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Op zondag 29 augustus overleed Lee ‘Scratch’ Perry in een ziekenhuis op Jamaica, 85 jaar oud. Zijn bijdrage aan de reggae en de dub is bijna niet te overschatten. Twintig jaar geleden interviewde ik Scratch in een kleedkamer van de Melkweg in Amsterdam, waar hij het brandalarm deed afgaan met duimdikke hasj joints. 

De beste muzikanten van Jamaica

Rainford Hugh Perry gaat eind jaren vijftig als manusje van alles werken in de legendarische Studio One van Coxson Dodd in Kingston. In 1959 neemt hij er zijn eerste eigen single op. Zijn eerste hit ‘The Chicken Scratch’ levert Perry de eerste van vele bijnamen op: Scratch. In 1966 verlaat hij Studio One en rekent in zijn eerste single na de breuk, ‘I am the upsetter’, af met zijn oude baas en mentor Coxson Dodd:

‘Everything you want for yourself, and you think of no one else. You take people for fool, than use them as a tool. But I am the avenger, you never get away from me. I am the Upsetter. You are going to suffer’

The Upsetters heet de band die Perry in 1968 samenstelt uit de beste muzikanten van Jamaica. Onder hen de broers Carlton en Aston Barret, die later de ritmesectie zouden vormen van The Wailers, de band van Bob Marley. De samenwerking tussen Perry en Marley is tumultueus maar zeer vruchtbaar. Het is Bob die The Upsetters uitnodigt om wat te jammen, nadat de band van Scratch een dikke hit in Engeland heeft gescoord en als eerste reggaeband ooit in Engeland heeft getoerd.

The Upsetters in The Wailers

Marley slaagt erin de bandleden te overtuigen Scratch te verlaten en door te gaan in zijn eigen band. Scratch is uiteraard woedend, dreigt  Marley met moord en brand om uiteindelijk akkoord te gaan met het opgaan van The Upsetters in The Wailers, met als exclusieve producer… Lee Scratch Perry. Het resultaat is verbluffend. Perry smeedt de eredivisie van de reggae aaneen tot een hechte groep, met een sprankelend nieuw geluid.

Klassieke nummers als ‘Small axe’, ‘Duppy Conqueror’ en ‘Sun is Shining’, alledrie door Perry geschreven, vormen de muzikale blauwdruk voor de wereldwijde doorbraak van Bob Marley in ’73.  Volgens veel reggae-puristen heeft Marley het werk uit de Perry-periode (1969-1971) nooit meer overtroffen. Het huwelijk tussen de Wailers en de Upsetters strandt in 1971. Marley wordt een superster, Perry blijft als producer de reggae- en dub-muziek hervormen.

Knetterstoned en blootvoets achter de mengtafel

Zijn eigenhandig gebouwde Black Ark studio wordt een muzikaal laboratorium waar in de hoogtijdagen (1974-1978) vrijwel elke Jamaicaanse act van betekenis opneemt onder Perry’s bezielende leiding. Efficiency komt in het woordenboek van de excentrieke producer niet voor, het gaat hem om ‘the right vibes to get the right grooves’.

Bij de urenlange opnamesessies staan de deuren van de Black Ark altijd open voor wie zin heeft om mee te blowen, luisteren en dansen. Scratch zit knetterstoned en blootvoets achter zijn mengtafel en creëert de meest waanzinnige samples (brekend glas, huilende baby’s, koeien), loops en echo’s. Hij poetst de koppen van de bandrecorders met zijn T-shirt en blaast ganja-rook over de banden om het geluid te krijgen dat hij wil hebben.

De Black Ark studio brandt in 1983 af; waarschijnlijk aangestoken door Scratch zelf. Nadat zijn vrouw Pauline hem heeft verlaten, lijkt hij het zicht op de realiteit te hebben verloren; hij bidt tot bananen, eet geld op en loopt achterstevoren rond.

Mad as Scratch

Na de brand verlaat hij Jamaica, woont een paar jaar in Engeland en strijkt in 1989 neer in Zürich met zijn nieuwe Zwitserse vrouw Mireille, die ook zijn manager wordt. In de kelder van hun huis verrijst al snel een studio, die Scratch ‘The White Ark’ doopt. Hij gaat weer produceren, schrijven en live optreden. Door met jongere generaties muzikanten te werken blijft hij de dub vernieuwen.

Voor journalisten die hem interviewden bleef de vraag in hoeverre Scratch gek was of alleen maar gek deed. Het interview dat ik in december 2001 met hem had voor maandblad EssensiE, kreeg als kop ‘Mad as scratch’. Soms is Scratch best te volgen, noteerde ik, al moet je goed thuis zijn in de reggae-geschiedenis, het oude testament en de Rastafari-beginselen. Vaker echter is er geen touw aan vast te knopen.

Perry steekt er nog maar eens eentje op in de Melkweg Amsterdam (2001)…

Nog een fragment uit het interview: Nadat ik verteld heb dat EssensiE een blad is voor blowers, vraag ik hem naar de rol van ganja in zijn leven.

“De rol van ganja in mijn leven? Het is de geschiedenis van de hele mensheid. Vooruitgang op deze planeet aarde, want zonder die magische boom zouden we geen natuur hebben. Als we ganja roken, willen we dansen en zingen en neuken!”

Opnieuw rolt zijn hees raspende lach door de ruimte. Even verwarmt hij staande een stuk hasj met zijn aansteker voor een volgende joint. Beneden in de nog volle zaal beginnen sirenes te loeien. Geschrokken holt een Melkweg-medewerkster binnen, op zoek naar de brand. “Nee, het was Lee!” schatert zijn vrouw.

Onvergetelijk

Door de jaren zag ik Scratch nog een paar keer live optreden, bij het Reggae Sundance Festival in Eindhoven, maar ook een keer bij cannabisbeurs Expogrow in het Spaanse Irún. Zijn shows leken eigenlijk wel op dat interview in de Melkweg kleedkamer: chaotisch, eigenzinnig, verrassend, vreemd en onvergetelijk.

Nadat in maart van dit jaar Bunny Wailer overleed is de laatste echte reggae legende nu ook naar een andere dimensie afgereisd. De Jamaicaanse minister-president Andrew Holness tweette op de dag van Perry’s overlijden een fraaie foto van Scratch, en de tekst: ‘Undoubtedly, Lee Scratch Perry will always be remembered for his sterling contribution to the music fraternity. May his soul Rest In Peace.’

(advertenties)