(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

In mijn tweehonderdvijftigste CNNBS column is geen plaats voor politici, prohibitie propagandisten of ander klootjesvolk. Deze jubileum column is een minnebrief aan onze geliefde plant, het toverkruid cannabis.

 

Samen hasj roken

De allereerste keer dat ik haar ontmoette was op de Paradijslaan in Eindhoven. Ik was een jaar of vijftien, zestien en bevond me op een sprookjesachtig tuinfeest. Er ging een tot chillum omgebouwde olielamp rond, royaal gevuld met den edelen hasjies, zoals Jules Deelder – onder het pseudoniem Julian the Joint – het noemt in zijn ‘ABC voor de genieter van marihuana (& de achtbare hashish)’:

H
is den edelen hasjies
een geheimzinnig toverkruid
waaruit na duister ritueel
een verruimd bewustzijn spruit.

Het moet rond 1986 geweest zijn dat ik mijn eerste voorzichtige hijsen nam op dit tuinfeest. Tijdens mijn middelbare schooltijd werd ik maar zelden stoned en meestal via het duister ritueel waar Deelder over schreef. Het waren anderen die de waterpijp of chillum vulden of de joint bouwden. Hasj roken was iets dat je samen deed, op speciale gelegenheden: een feest, een concert. En af en toe tijdens een tussenuur, als het lekker weer was en iemand iets bij zich had.

Het Tabaksmagazijn

Via een vriendje op school ontdekte ik dat een van de populairste huisdealers van Eindhoven gevestigd was in het pand waar mijn grootouders jarenlang hadden gewoond, boven hun tabakswinkel annex kapperszaak. Ik ben er maar een paar keer geweest, het adres stond bekend als ‘Het Tabaksmagazijn’. Voor de altijd gesloten gordijnen prijkte een stuk uit de originele etalageruit, met het woord Tabaksmagazijn in fraaie art deco letters.

De hasj werd vers van het mes verkocht bij het Tabaksmagazijn: de dealer sneed de grammetjes met verbazingwekkende accuratesse van de grote plakken af, met een joekel van een mes. Nog steeds ruik en rook ik soms hasj, meestal Marok, die me onmiddellijk terug naar die tijd katapulteert.

In deze periode leerde ik ook De Bakkerij kennen, het roemruchte blowcafé op het Stratumseind in Eindhoven, dat afgelopen zomer na 44 (!) jaar trouwe dienst voor onbepaalde tijd werd gesloten door de burgemeester. Wat ben ik daar vaak en lekker stoned geweest… Op het terras, met liefhebbers uit alle windstreken, achter de flipperkast…

Professioneel coffeeshop-tester

In 1994 kreeg mijn liefdesverhouding met cannabis een professioneel aspect: ik werd coffeeshop-tester voor de Highlife. Elke twee maanden testte ik tien shops en overal kocht ik een zakje wiet en een zakje hasj. Toenmalig uitgever Boy Ramsahai vergoedde deze onkosten tot op de cent; een feit dat diepe indruk maakte als ik het terloops meldde aan vrienden, kennissen of totale vreemden.

Ik viel met mijn neus in de boter, want dit waren de Gouden Jaren van de Nederwiet, met een explosie van nieuwe soorten, kwekers en zadenbanken en een overheid die zich nog grotendeels afzijdig hield. Het roken van de samples voor de coffeeshoptest deed ik vaak samen met vrienden, wat resulteerde in memorabele lach- en vreetkicks.

Omdat ik ook kweekverhalen ging schrijven, werd ik thuisteler. Ik maakte zo ongeveer elke fout die je kunt maken en leerde dus veel. Mijn liefde voor de plant groeide, net als mijn honger naar kennis en mijn verzameling boeken.

Bedank de plant

Het was Ed Rosenthal die me, sprekend tijdens de tweede Highlife Cup in Marcanti Plaza in Amsterdam, deed inzien hoe cannabis een toegangspoort kan zijn naar een ander leven. Ed bedankte de plant, omdat hij dankzij cannabis de wereld rond kon reizen, geweldige mensen ontmoeten en blijven leren. Een kwart eeuw later kan ik het hem nazeggen.

Cannabis verruimt mijn bewustzijn en mijn wereld. De plant bracht me naar de Verenigde Naties in Wenen, naar het Europees Parlement en onze eigen Tweede Kamer, naar Cannabis Social Clubs van Antwerpen tot de Canarische Eilanden, naar duizelingwekkende legale kwekerijen in Canada en naar wietbeurzen en congressen van Londen tot Ljubljana.

Dankzij cannabis leerde ik mensen kennen als Joop Mestrom, Simon Vinkenoog, Joep Oomen, Dennis ‘DC Lama’ Lahey, Henk Poncin, Mila Jansen, Doede de Jong, Ben Dronkers en zijn kinderen, Wernard Bruining, Michel Degens, James Burton, Martín Barriuso, Steven Kompier, Doug Fine, Hanka Gabrielová, Mauro Picavet, Rens Hoppenbrouwers, Sean Carney en zoveel anderen, allemaal verbonden door die ene plant.

Toverkruid

Het is een toverkruid, en dat is het. Een kruid dat mijn leven elke dag verrijkt en dat me nog steeds versteld laat staan, zoals ook de redeloze strijd tegen cannabis dat doet. Maar daar ging ik het niet over hebben. Laat ik deze minnebrief besluiten met een van mijn lievelingscitaten over de plant, afkomstig van Ken Kesey, auteur van One Flew Over The Cuckoo’s Nest:

“Good old grass I can recommend. To be just without being mad… to be peaceful without being stupid, to be interested without being compulsive, to be happy without being hysterical… smoke grass”

(advertenties)