(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Een van de leuke kanten van cannabiscultuur als journalistieke specialisatie is het grote aantal bijzondere mensen dat je leert kennen. Neem bijvoorbeeld John Sinclair: Amerikaanse dichter, jazzkenner, voormalig manager van cultband MC5 en cannabisactivist. In 1969 werd hij veroordeeld tot tien jaar celstraf wegens bezit van twee joints, die hij door had gegeven aan een politie-infiltrant. John Lennon schreef een protestnummer tegen die veroordeling. Dat hielp.

 

Luis in de pels

Een jaar voor zijn veroordeling, in 1968, richtte Sinclair met een aantal vrienden de White Panther Party op, een radicale antiracistische actiegroep geïnspireerd op de beruchte Black Panthers. Ook de band MC5 uit Detroit die Sinclair managede, was radicaal politiek geëngageerd. Die twee joints waren dus een nuttig excuus voor de Amerikaanse overheid om deze luis in de pels uit te schakelen. Dankzij Sinclair’s vriend Jerry Rubin groeide het protest tegen deze gang van zaken, met steun van bekendheden als Allen Ginsberg, Stevie Wonder en John Lennon, die net naar New York was verhuisd.

Op vrijdag 10 december 1971 vond op de universiteit van Michigan in Ann Arbor de ‘John Sinclair Freedom Rally’ plaats, een benefietconcert om zijn vrijlating te eisen. Via een klein transistorradiootje luisterde Sinclair in zijn cel mee. De maandag na het concert werd hij, na twee en een half jaar opsluiting, vrijgelaten.

Levende legende John Sinclair tijdens Legalize 2005 in Amsterdam, samen met Alan Dronkers (rechts) en Joep Oomen…

Boomlange teddybeer

Ik maakte in november 2002 kennis met hem, in Amsterdam. Op uitnodiging van Michael Veling was Sinclair ‘artist in residence’ in diens coffeeshop De Kuil, nu het 420 Cafe. In het interview dat ik voor maandblad EssensiE  maakte, omschreef ik Sinclair als “een boomlange teddybeer, met pretoogjes achter een ziekenfondsbrilletje, een grijze sik en een stem die doet denken aan die van pianist Rowlf uit de Muppetshow”.

We praatten de hele middag, rookten de ene joint na de andere en Sinclair vertelde dat hij al heel lang geen cannabisactivist meer was. “Ik zal eerlijk zijn: ik heb het 25 jaar geleden opgegeven. Ik zie het niet gebeuren, ook niet in de toekomst. In ieder geval niet tijdens mijn leven.”

Shit

In 1977 stopte Sinclair als lobbyist voor NORML, de oudste legaliseringsorganisatie in de VS, na maanden werk aan een wetsvoorstel voor zijn thuisstaat Michigan. Het liep uiteindelijk spaak door een zwarte senator, wiens zoon verslaafd was aan harddrugs. En hij was “begonnen met cannabis”, verklaarde zijn vader bij alle debatten. Het wetsvoorstel werd verworpen.

“Dat haat ik het meest, dat iedereen zo dom is. Alsof de mensen aan de top hebben gezegd: als we de mensen zo stom mogelijk houden, kunnen we ze alles verkopen”

Sinclair: “Ik zag in dat het helemaal niet ging om de argumenten of de feiten: nog nooit één dode door cannabis, geen sociaal probleem, enzovoort. Ik zag in dat het gewoon een vreemde, mentale afwijking is van deze mensen. In 1977 zat ik echt op het punt van: het maakt niet uit wat we doen, ze geloven deze shit te hard.”

Wie het optreden van CDA Kamerlid Madeleine van Toorenburg bij het debat over de wietproef heeft gezien, weet dat er ook Nederlandse politici zijn met deze vreemde, mentale afwijking. Maar gelukkig zijn ze tegenwoordig net als in Amerika in de minderheid.

John op de Amsterdamse radio

John Sinclair woont alweer jaren in Amsterdam en blijft actief als schrijver, muzikant en presentator van de The John Sinclair Radio Show op zijn eigen radiozender Radio Free Amsterdam. Motto: ‘Blues, Jazz & Reefer’. Bij het interview in 2002 bleek al dat hij zich hier beter thuis voelde dan in de VS. Vooral de Amerikaanse media moesten het toen ontgelden.

Sinclair: “Dat zijn de soldaten die zorgen dat de mensen al die bullshit blijven geloven. Als je in Amerika een interview als dit doet, weet de interviewer nergens van af. Niet over mij, of over de cannabis-beweging of de oorlog, niks! Dat is hier zo fijn, met iedere interviewer heb je een goed gesprek. In Amerika kunnen er twee maanden voorbij gaan zonder zo’n soort gesprek. Dat haat ik het meest, dat iedereen zo dom is. Alsof de mensen aan de top hebben gezegd: als we de mensen zo stom mogelijk houden, kunnen we ze alles verkopen.”

(advertenties)