(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Als je als burger de opiumwet overtreed, dan kun je over het algemeen rekenen op forse geldboetes. Kweek je zo weinig als één enkele wietplant, dan wordt je vaak ook nog gestraft met huisuitzetting door de verhuurder van je woning. Maar een jointje op straat roken, dat mag gelukkig nog volgens de opiumwet… NOT! Ruim tweederde van alle gemeenten lapt de opiumwet namelijk aan hun laars.

Is het niet raar als je erover nadenkt, dat je overal op straat geconfronteerd mag worden met de stinkende geur van bier, brandend vlees en tabaksrook? En dat je rond de jaarwisseling ook de verstikkende kruitdampen van vuurwerk maar moet accepteren, maar de zoete geur van een smeulend kruid zoals cannabis voor overlast en gevoelens van onveiligheid bij burgers zou zorgen? Dat is in ieder geval de motivatie van ruim tweederde van de Nederlandse gemeenten voor het aan hun laars lappen van de opiumwet.

Uit onderzoek van dagblad Trouw bleek afgelopen maand dat van de 352 gemeenten in Nederland, ruim tweederde algemene plaatselijke verordeningen heeft ingesteld, die onder andere het roken van een jointje op straat verbieden. Ze lappen daarmee de opiumwet aan hun laars, die het roken van cannabis op straat toestaat. Wietrokers belanden zo langzaam maar zeker in het verdomhoekje, stelt Trouw.

Cannabisgebruik zorgt zelden voor overlast op straat. Foto: Laura Balvers, Shutterstock

Softdrugs zorgt niet voor overlast

Burgemeester Depla van Breda begrijpt de problematiek goed. Zijn gemeente is dan ook één van de 74 die geen plaatselijke verordeningen gebuikt om het gebruik van roesmiddelen op straat te verbieden. Tegen Trouw vertelt hij dat er ook in zijn gemeente drugsproblemen zijn. Niet alleen op straat maar ook in woningen. Er is dan echter vrijwel altijd harddrugs in het spel, of alcohol (wat ook harddrugs is, red.), aldus Depla. “Ik ken geen softdrugspanden waar gillende mensen zorgen voor overlast. De overlast komt van de klassieke junkiepanden, of panden waar alcoholverslaafden wonen.”

Volgens Depla en wethouder Greetje Bos (VVD) zijn de APV’s niet alleen onwenselijk maar ook overbodig. In het geval van een verstoring, kan de openbare orde ook zonder zo’n lokaal verbod hersteld worden. Het onderscheid tussen dealers en gebruikers is zinvol, zegt de burgemeester. Dealers pak je aan, bij gebruikers moet het beleid verslavingspreventie zijn. Dat is ook waarom de landelijke opiumwet drugsbezit en -handel strafbaar stelt, maar het gebruik van drugs doelbewust niet.

Hoe zit het in jouw gemeente met APV’s?

Opiumwet negeren toegestaan?

Maar mogen gemeentes de opiumwet dan zomaar naast zich neerleggen met algemene plaatselijke verordeningen? Helaas wel. Na jarenlang juridisch getouwtrek is er een rechterlijke overeenstemming. Het mag, mits het motief voor het verbod hinder is. En dat is dan ook de reden die de gemeenten opvoeren voor hun lokale verboden. Maar als dat werkelijk de reden is, waarom geldt de APV in veel gevallen dan voor de gehele gemeenten, en niet alleen voor plekken waar er werkelijk overlast is?

Burgemeester Depla heeft in Trouw tot slot nog wel een boodschap voor zijn collega’s, waar we ons graag bij aansluiten: “Burgemeesters, zet een stap terug en laat het beleid rond drugs over aan wethouders volksgezondheid”

[Bron: Trouw Openingsfoto: Laura Balvers, Shutterstock]
(advertenties)