(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Lieve Muna, kan ik een gefeminiseerde wietplant bestuiven met de pollen van een man, en krijg ik dan automatisch een stabiele soort, of moet ik deze dan op de een of andere manier stabiliseren? Er zijn verhoudingsgewijs veel meer leuke soorten als fem. zaad te koop dan als regulier. En wat heb ik dan voor zaden als je kijkt naar de generaties? Is een gestabiliseerde soort automatisch een F1? Of een G1? Hoe krijg ik mijn eigen soortje ‘zuiver’ en betrouwbaar? Dank je, groet Erik

Hoi Erik, als ik je vragen even bij elkaar optel dan komt het er in principe op neer dat je eigenlijk wil weten hoe je een stabiele wietsoort kunt maken, en dan het liefst uit gefeminiseerd zaad omdat daar meer keuze in is. Om je eerste vraag te beantwoorden; wanneer je een gefeminiseerde vrouwelijke wietplant bestuift met de pollen van een mannelijke wietplant dan krijg je wel zaden, maar niet automatisch een stabiele soort. Ik zal het je uitleggen, maar eerst iets over F1-hybrides.

Filius 1

Niet alle kruisingen zijn een verbetering ten opzichte van hun ouders; een willekeurige kruising zal dan ook willekeurige resultaten geven, maar er kan een pareltje van een plant tussen zitten waar je dan bijvoorbeeld weer een moederplant voor stekken van kunt maken. Een eerste kruising tussen twee genetisch verschillende wietsoorten wordt een F1-hybride genoemd. De F staat niet voor fenotype zoals je misschien wel dacht, maar voor filius, het latijnse woord voor zoon. F1-hybriden van wietplanten die genetisch veel verschillen, hebben een paar grote voordelen, ze zijn vaak bijzonder stabiel in de zin dat de planten die uit de zaden komen weinig verschillen, en ze hebben 25% extra groeikracht dat heterosis of hybride groeikracht genoemd wordt.

shutterstock_439671103

Een lekkere F1 kruising is goed zelf te maken maar een stabiele nieuwe soort ontwikkelen kost veel tijd en kweekruimte

De wereldberoemde zaden van bijvoorbeeld Serious Seeds zijn op één uitzondering na allemaal F1-hybrides. De hybride groeikracht en de stabiliteit van de F1-hybrides zijn geweldig, en daarbij komt dat iemand zonder de ouders (P1) de zaden nooit kan namaken. Ga je namelijk met twee F1-hybrides kruisen, dan zul je juist weer een keur aan verschillende fenotypen zien. Een fenotype is hoe een plant eruit ziet, het totaal aan uiterlijke kenmerken om preciezer te zijn. De tweede generatie van deze kruising noem je een F2, een derde F3 enzovoort. Hoe hoger het nummer van de generatie (F1, F2, etc) hoe meer variatie in de planten je over het algemeen zult zien. Generaties na F1 zijn acceptabel maar al na de derde generatie zie je dat de uniformiteit van de planten te wensen over laat.

Stabiliseren

Een F1 kruising is voor de hobbyist veruit de gemakkelijkste manier om zelf redelijk stabiele wietzaden te maken. Wil je een stabiele soort maken die generatie na generatie dezelfde eigenschappen laat zien, dan zul je deze moeten stabiliseren door terug te kruisen en door te kruisen. Door steeds die planten met de gewenste eigenschappen te selecteren en daarmee te kruisen stabiliseer je een soort. Soms wil je een bepaalde eigenschap van een andere plant introduceren, laten we zeggen dat je bijvoorbeeld een moeder hebt gekozen met een heel korte bloeifase. Dan kun je haar nageslacht ook weer met de moeder kruisen om de eigenschap sterker te maken, dit is wat met terugkruisen noemt. Het stabiliseren van een wietsoort op deze manier is voor een hobbyist praktisch niet te doen, het vraagt veel wietgeneraties aan tijd en je moet voor een goede selectie te kunnen voeren ook al op redelijk grote schaal kweken.

Succes met het kruisen Erik!

Openingsfoto: fabiodevilla, Shutterstock.com
(advertenties)