- 12 logisch klinkende kweekvergissingen, trap er niet in!
- Kijk dan, Frosty Tooth staat in bloei 🌺
- Hittestress blijkt wateroverschot & Thunder Banana staat op 12/12
- Britse uni dropt ‘aanbevolen cannabis-units’ en slaat plank finaal mis
- Hoe zit het met de pH-waarde, als je biologisch wiet kweekt?
- New Seed Drop weken 2026 – Week #1: Amsterdam Genetics
12 logisch klinkende kweekvergissingen, trap er niet in!

Je eigen wietje kweken is helemaal niet moeilijk. Met een paar goede wietzaadjes, en een degelijke kweeklamp kom je al een heel eind, en buiten heb je dat laatste zelfs niet eens nodig. Wietplanten missen soms echter wel de nodige logica, dus een kweekvergissing is snel gemaakt. Tenzij je CNNBS leest natuurlijk, want dan ben je een gewaarschuwd mens. En die tellen voor twee, zoals je weet!
Wietplanten groeien beter als je ze meer licht geeft. Ze hebben natuurlijk water nodig zoals alle planten, en vragen uiteraard ook om wat plantenvoeding. Tot zover geen problemen of tegenstrijdigheden. Maar wist je dat wiet kweken soms ook heel onlogisch kan zijn, waardoor je precies het verkeerde doet als je niet beter weet? Gelukkig weet jij straks wel beter, want we gaan deze onnavolgbare tegenstrijdigheden voor je ontkrachten.
Vergissing 1: zaailingen vereisen hoge luchtvochtigheid 🌱
Dit is een veel gemaakte vergissing. Veel beginnende kwekers denken dat zaailingen net als stekken een hoge luchtvochtigheid nodig hebben, maar dat is niet waar.
Zaailingen hebben meteen na het ontkiemen, namelijk al een wortel om water mee op te nemen. Stekken hebben dat juist niet, en die hebben daarom wél een hoge luchtvochtigheid nodig.
Wietzaden worden vaak wel in een propagator gezet tijdens het ontkiemen, maar dat heeft een andere reden. Een klein potje met aarde of een zaai- en stekplug, is door het kleine volume snel uitgedroogd. De propagator voorkomt dus uitdroging van het medium, maar niet een gebrek aan luchtvochtigheid.
Vergissing 2: korte planten zet je in het midden 💡
Niet alle wietplanten in een kweekruimte worden altijd even hoog. Dat is echter wel ideaal, omdat alle toppen dan optimaal in het licht kunnen groeien.
Als kweker ben je geneigd om de korte planten in het midden te zetten, waar ze meer licht krijgen. Sommige kwekers snoeien zelfs bladeren die licht van toppen wegnemen. Dit klinkt allemaal heel erg logisch.
Maar dit is precies het verkeerde! Want wietplanten groeien juist minder hard door ze meer licht te geven. Het is namelijk juist de schaduw die de extra strek stimuleert.
Zet korte wietplanten daarom beter aan de rand van je kweektent. Verdeel de planten pas optimaal in je kweekruimte, wanneer ze bloeien en helemaal uitgegroeid zijn.
💡 Waarom zoeken planten het licht? – Planten die in de schaduw staan maken daardoor meer van het hormoon auxine aan, dat voor extra strek zorgt. Zo proberen ze boven hun buren uit te groeien, om meer licht op te kunnen vangen.
Een wietplant strekt juist harder in de schaduw. Foto: Shutterstock
Vergissing 3: plantenvoeding maakt toppen dikker 🍔
Ondanks dat het door het woord ‘voeding’ misschien heel logisch klinkt, zorgt plantenvoeding niet voor dikkere toppen. Het draagt er wel aan bij, maar stuurt de groei niet aan.
De groei en ontwikkeling bij planten, draait eigenlijk voornamelijk om licht. Licht is dus eigenlijk de échte voeding van wietplanten, waar ze wel dikker van worden.
Plantenvoeding zorgt er alleen voor dat de plant gezond blijft en optimaal kan functioneren. Maar zonder voldoende licht blijven je toppen klein, hoeveel voeding je ook geeft.
Vergissing 4: kiezels zorgen voor betere afwatering 💦
Veel kwekers leggen een laag kiezels of hydrokorrels, onderin hun potten voor een betere afwatering. Dit is echter een mythe, en werkt juist averechts.
Een afwateringslaag werkt niet, sterker nog: het zorgt juist voor nattere wortels. Door het verschil in structuur tussen de aarde en de kiezels ontstaat er namelijk een zogenaamde perched water table.
Het water blijft daardoor langer in de aarde boven de kiezellaag hangen, voordat het naar beneden zakt. Dit zorgt voor een nattere wortelzone in plaats van een drogere.
Gebruik dus maar gewoon aarde tot op de bodem, en zorg voor goede drainagegaten in je pot. Lees hier het volledige artikel over deze kweekfabel.
Vergissing 5: je moet altijd pH- en EC-waarde meten 🌿
Als je biologisch kweekt op aarde hoef je de pH- en EC-waarde helemaal niet te meten. De bodembacteriën regelen zelf de juiste pH, en de organische voeding is niet meetbaar met een EC-meter.
Bij biologisch kweken op aarde zorgen micro-organismen en schimmels in de grond voor de juiste pH-waarde. De organische meststoffen worden langzaam afgebroken door het bodemleven, waardoor de pH-waarde vanzelf stabiel blijft. Het bodemleven prefereert trouwens ook een andere ideale pH-waarde dan de plant, maar dat terzijde.
Het meten en bijstellen van pH- en EC-waardes is vooral belangrijk bij minerale voeding en hydrologisch kweken. Lees hier meer over het verschil tussen natuurlijke en kunstmatige bemesting.
Vergissing 6: minerale voeding gebruiken op aarde 🚰
Minerale plantenvoeding is bedoeld voor hydrologisch kweken, en inerte mediums zoals steenwol of kleikorrels. Niet voor aarde.
Op aarde zou je eigenlijk alleen biologisch moeten voeden, omdat aarde een levend medium is. Minerale voeding kan het bodemleven verstoren en zorgen voor onevenwichtigheden. Je maakt het jezelf onnodig moeilijk, en degradeert je aarde eigenlijk tot een levenloos medium.
De gouden regel: mineraal is voor hydro, aarde is voor biokweken. Meng die twee systemen niet door elkaar voor de beste resultaten.
🔬 Mineraal vs biologisch – Minerale voeding bevat direct opneembare zouten. Biologische voeding moet eerst door bacteriën en schimmels worden afgebroken, voordat planten het kunnen gebruiken. Dat proces werkt alleen goed in levende aarde. Mineralen zijn dodelijk voor het bodemleven, dus die gebruik je alleen op steriele mediums zoals steenwol of kleikorrels.
Vergissing 7: spoelen haalt voeding uit de toppen 💧
Een hardnekkige mythe is dat spoelen (de laatste weken alleen water geven) voeding uit de toppen haalt. Dit is onzin, want wietplanten slaan geen mineralen of voedingsstoffen op in hun toppen of welke andere plantendelen dan ook.
Spoelen zorgt alleen voor een minder scherpe smaak, omdat er door het spoelen minder chlorofyl (bladgroen) in de toppen wordt aangemaakt.
Chlorofyl smaakt bitter en ruikt ‘grassig’. Spoelen kan daarom wel een verschil maken in de smaak, maar dat kun je ook bereiken met lang ‘curen‘ (rijpen) van de wiet.
Vergissing 8: waterdruppels verbranden bladeren ☀️
De mythe luidt dat je op een zonnige dag nooit je planten mag sproeien, omdat waterdruppels de bladeren dan zouden verbranden.
Het idee is dat waterdruppeltjes als kleine vergrootglazen werken, en licht bundelen tot een geconcentreerde lichtstraal die het blad verbrandt. Dit blijkt echter niet waar te zijn.
Wanneer een plant dorst heeft, kun je hem maar beter gewoon water geven. Wachten tot de avond valt is geen goed idee en kan juist voor veel schimmelproblemen zorgen.
Geef je wietplanten gerust een lekkere douche wanneer de zon schijnt. Dan kan het water ook weer verdampen en niet voor schimmelproblemen zorgen. Je moet alleen geen toppen nat maken, want dat brengt weer het risico op toprot mee. Lees hier meer over deze mythe.
Vergissing 9: zoet water maakt wiet zoeter 🥤
Wanneer je in de bloeifase vruchtensap, frisdrank of andere zoete drankjes aan je planten geeft, zouden je toppen zoeter gaan smaken volgens deze mythe.
De smaak van cannabis komt echter voor het grootste gedeelte door de productie van terpenen en flavonoïden. Dit zogeheten terpenenprofiel wordt voornamelijk bepaald door de genetica van de wietsoort.
De zoete stofjes in fruit of drankjes kunnen niet eens door de wortels worden opgenomen, dus drink die maar lekker zelf op. Bij je planten leveren ze vooral beschimmelde sinaasappelschillen en pH-problemen op.
Wil je de smaak van je wiet verbeteren? Begin dan met de juiste genetica en gebruik de goede droog- en cure technieken. Lees hier wat je verder nog meer kan doen om de smaak van je wiet wel te verbeteren.
Vergissing 10: wietbladeren verklappen het geslacht 🌿
Volgens deze vergissing zou je het geslacht van de plant kunnen voorspellen, aan de hand van het aantal bladvingers, de stand van de blaadjes, of zelfs al aan het uiterlijk van het zaadje.
Het idee is dat de genen voor het geslacht, gekoppeld zouden zijn aan de genen die verantwoordelijk zijn voor het aantal bladvingers. Jammer genoeg is dit niet waar.
Het geslacht van de plant heeft niets met het aantal bladvingers te maken. Ook de stand van de bladeren, of het uiterlijk van het zaadje zegt niets over het geslacht.
Je kunt alleen aan de eerste zichtbare bloei het geslacht van een plant zien. Als je uit reguliere zaden kweekt, zul je moeten wachten op de voorbloei, of een stekje van de plant in de bloei moeten zetten.
Vergissing 11: stekken zijn altijd sneller dan zaad 🌱
Ja, het gebruik van stekken kan een kweek verkorten. Een stekje met wortels is namelijk een kant en klaar jong plantje dat je meteen kan laten bloeien. Dat verkort de totale groeitijd met ongeveer twee weken.
Maar het woordje ‘altijd’ klopt hier niet. Het kweken met stekken is alleen de allereerste kweekronde twee weken sneller. In de cyclussen daarna hoeft er absoluut geen vertraging te zijn.
Als jij namelijk bijna aan het einde van de bloeifase bent, ontkiem je gewoon alvast nieuwe zaadjes. Deze hebben dan tijd om voor te groeien terwijl de dames afrijpen of drogen. Als je kweektent weer beschikbaar is, zijn de zaailingen net zo groot als een stekje.
Veel stekken bevatten daarnaast al spint of meeldauw. Je krijgt het ongedierte en de schimmel er letterlijk gratis bij.
🌿 Voordeel van wietzaadjes – Een ontkiemd wietzaadje heeft een penwortel die de kansen op een sterkere en weerbarstigere plant verhoogt. Stekken missen deze penwortel en zijn daardoor gevoeliger voor wind en andere fysieke schade.
Een wietplant uit zaad is sterker dan een stek, dankzij de penwortel
Vergissing 12: een grotere pot is altijd beter 🪴
Een veel gehoorde en soms ook terechte opmerking: een grotere pot betekent meer aarde en ruimte voor de wietplant. Tegelijkertijd klopt de uitspraak niet helemaal.
Het is namelijk niet altijd beter om een zo groot mogelijk pot te kiezen. In veel gevallen heeft je plant die extra ruimte helemaal niet nodig. De hoeveelheid wortelgestel onder de grond is gelijk aan de hoeveelheid plantmassa boven de grond.
De plant moet wel voldoende tijd krijgen om al die wortels aan te maken. Ook moet voldoende licht aanwezig zijn om die grote plant effectief te beschijnen. Twee belangrijke factoren.
Bij een 250 Watt HPS lamp op 1 bij 1 meter zijn vier 18-literpotten meer dan voldoende. Vier 30-literpotten passen wel, maar de lamp is niet krachtig genoeg om die extra ruimte volledig te benutten.
Een te grote pot heeft ook nadelen: meer kosten voor aarde, risico op overbewatering, en mogelijk te veel mineralen die vrijkomen. Lees hier het volledige verhaal over potmaat en wortelontwikkeling.
En zo zijn we door 12 kweekvergissingen heen, die wiet kweken soms behoorlijk onlogisch maken. Gelukkig weet je nu beter, en zal je deze fouten hopelijk nooit meer maken.








































































