(advertentie)
(advertentie)
(advertentie)

Een rechterlijk bevel om zijn wietplanten met rust te laten, houdt ongedierte zoals trips helaas niet buiten Jeffrey’s kweektent. De sapzuigende beestjes worden aangepakt met neemolie en natuurlijke vijanden. En over vijanden gesproken: vergeleken met sommige andere ongenode gasten, zijn trips peanuts voor Jeffrey🥜

Beste cannabisvrienden, 

Wat heb ik deze week weer beleefd, toen ik de dames weer fris, groen en fruitig had gekregen? Nou, ga er maar even voor zitten, want het was een week met ups en downs…

Ik had alles perfect op de foto staan – iets waar ik trouwens best trots op was, gezien mijn fotografische talent, ahum – toen mijn telefoon niet meer wilde opladen, en ik hem na een uur proberen maar tegen de muur pleurde!

Maar ja, daar stonden dus ook die foto’s op. En nee, ik doe niets in ‘de cloud’, heb dus geen back-up en kan ze ook niet meer vinden. Maar goed, dat was nog niet eens het ergste deze week. Ik had sinds jaren namelijk weer eens ongenode gasten op bezoek.

Wat is dat nou, 9 in plaats van 14 planten?

Trips in de tent!

Dit keer was het niet het hennepteam maar ander ongedierte: tripsen. Vervelende, eieren leggende, larven makende, blad zuigende beestjes. En natuurlijk nét weer voor het weekend, als je ook nog andere dingen te doen hebt. Maar goed; wat is, dat is. En wat moet gebeuren, moet gebeuren.

Kweken is wat dat betreft net als een tropisch aquarium. Het blijft toch natuur. Soms gaat het tijden goed, en soms loop je tegen dingen aan. Dus toen ik het op een van mijn planten zag (en ik de trips prachtig had vastgelegd op mijn kapotte telefoon) was ik blij dat de planten nog in de groeifase staan. En dat ik nog wat meer planten heb; iets dat mij wat extra opties geeft.

Natuurlijke vijanden en neemolie

Ik heb direct natuurlijke bestrijders besteld. Die zijn alleen niet meteen binnen, en lossen het probleem ook niet meteen op. Ik heb de tent daarom wel direct ontsmet. Ik heb daarna ook veel bladeren onderin en in het midden van de planten verwijderd om het sproeien wat makkelijker te maken. Daarna heb ik de planten bespoten met een mengsel van neemolie, water en zeep. Dat was vlak voordat de lamp uit zou gaan.

Deze keer ben ik als laagopgeleide full blown universitair gegaan, door de Wageningen-techniek toe te passen: 20 ml neemolie per liter water.

Normaal neem ik voor dit mengsel 10 milliliter neemolie op 1 liter water. Maar deze keer ben ik als laagopgeleide, full blown universitair gegaan door de Wageningen techniek toe te passen: 20 ml neemolie per liter water (zie foto … oh nee die heb ik niet meer 😉).

De Wageningen techniek heeft de tripsen zeker aangepakt maar tegelijkertijd sommige van de bladeren ook. Ik wist wel dat dat erin zat maar het is toch schrikken als je je tentje open doet. Maar goed, bestrijden van ongedierte kost tijd en offers. Ik had 14 planten maar heb de plant met trips opgeofferd voor het hennepteam; hebben die hun quotum ook weer gehaald dit jaar.

Gelijk met de behandeling heb ik ook de temperatuur verlaagd en de luchtvochtigheid verhoogd. Omstandigheden waar tripsen niet zo lekker op gaan, in de ijdele hoop dat ze zich wat minder snel voortplanten.

Eén voor één worden de planten onder handen genomen.

Een deel van de bladeren wordt weggehaald om makkelijker te kunnen spuiten met neemolie.

Netkous met open kruis

Ik heb nu nog 9 planten in 1 kweektent, en 4 planten in een andere tent als back-up. Mijn tentje komt heus wel vol deze kweekronde, daar maak ik me geen zorgen over. Het duurt misschien wel wat langer.

Maar ach, wat zijn 2 weken als je al eens meer dan een jaar op de verkeerde wachtlijst hebt gestaan, en afgekeurd bent zonder überhaupt geholpen te worden?? Ik vroeg hulp maar kreeg levenslang: ik mag niet meer als volwaardig lid meedoen aan de maatschappij.

Dat is ook Nederland: een netkous met een open kruis als vangnet. Het ziet er sjiek uit maar je moet er niet te veel aan trekken. Nee, in vergelijking met het Nederlandse zorgstelstel, zijn de tripsen uit deze kweekronde peanuts.

Dirty Harry en zijn kompanen zijn voor mij niet meer van toegevoegde waarde, omdat ik alleen met agenten hoef te praten die daar speciaal voor zijn opgeleid.

Kwetsbare verdachten

Misschien nog een kleine tip voor ‘kwetsbare verdachten’. En mocht je net als ik in die doelgroep vallen, dan gaat er een wereld voor je open. Dirty Harry en zijn kompanen zijn voor mij niet meer van toegevoegde waarde, omdat ik alleen met agenten hoef te praten die daar speciaal voor zijn opgeleid. Helaas zijn die er echter niet zoveel, en ze hebben het altijd druk.

De laatste keer stond ik na 3 uur bombarie gewoon weer op straat, omdat er niemand was om mij te verhoren. Terwijl het zogenaamd een hele dringende ‘nieuwe zaak’ was. Het vervelende was dat ik in dit verhaal weer eens het lulletje was. Omdat ik een buurvrouw hielp die klappen kreeg van haar vriend, ik de politie had gebeld, en hij het nodig vond om op het politiebureau te klikken over mijn wietplanten.

Helaas heeft de extra sterke spray ook wat bladeren aangetast.

In plaats van die gozer een paar beukers te geven in een donker steegje, kreeg ik het hele hennepteam voor de tweede keer op mijn dak. De eerste keer lieten ze alles netjes staan, volgens het bevel van de civiel rechter. De tweede keer werd ik direct geruimd, na discussie over een zogenaamde ‘nieuwe zaak’.

Een worsteling met vier agenten en een nekklem later, werd ik onder ogen van mijn twee jonge kinderen met een walk of shame door de de hele straat in het politiebusje gezet. Om vervolgens met gillende sirenes, onterecht afgevoerd te worden naar het bureau 300 meter verderop. Eenmaal aangekomen op het politiebureau brak de pleuris pas echt los.

Alle spullen waren kapot toen ik thuiskwam. Daarnaast lag er nog wel een walkie-talkie, die agent Markie was verloren tijdens de worsteling. Die heb ik netjes in 30.000 stukjes terug gebracht naar het bureau.

Verdien beter dan een hulpofficier

Toen ben ik compleet One flew over the cuckoo’s nest gegaan, nadat twee rechercheurs in de deur van mijn cel stonden met de klassieke vraag: kunnen we alvast gaan beginnen? Waarop ik zei: “jij wel maar ik wacht nog even op mijn advocaat”. Waarop hun antwoord was: “ja jongen dat is je goed recht”.

Toen kwam de hulpofficier van justitie langs. Die heb ik direct met grond gelijk gemaakt, en gezegd dat ik geen zaken doen met hulpjes. “Je gaat je baas maar bellen. Als ik zo’n grote crimineel ben, verdien ik beter.” Na een woordenwisseling gaf ik hem de uppercut die hem stil maakte: “joh, we worden allebei betaald door de overheid. Alleen jij staat er zo bij. Hulpje. Dus wees nou niet zo verheven”.

Hij maakte ook nog eens de klassieke opmerking: “wat voor een pro-deo advocaat, die zal je wel hebben. Zal ik even voor je bellen?”. Waarop ik zei, “bel mijn eigen advocaat maar, die regelt het wel”.

Al met al valt het nog mee… Trips zijn peanuts vergeleken met sommige andere plagen…

Ze vonden mij zelfs zo vervelend, dat er een vreemde dokter werd gebeld die mij wel even zou kalmeren. Ik heb haar vriendelijk verzocht om die pillen in een donker gat te stoppen, en mij met rust te laten. Je gaat mensen niet zomaar pillen toestoppen, zonder dat je het patiëntendossier kent.

Legendarische woorden

En wat deed mijn advocaat? Ze belde op, en sprak de legendarische woorden uit: “je weet dat je te maken hebt met een kwetsbare verdachte?”. Waarop ze druk begonnen te overleggen, en ik stil via de achterdeur naar buiten werd gelaten, met de mededeling dat ik een probleem had.

Alleen was deze diender dan weer niet zo bijdehand om in te zien dat ik ’s avonds alweer bij de burgermeester stond. Toen ging het balletje pas echt rollen. Alle spullen waren kapot toen ik thuiskwam. Daarnaast lag er nog wel een walkie-talkie, die agent Markie was verloren tijdens de worsteling. Die heb ik netjes in 30.000 stukjes terug gebracht naar het bureau.

Ik was binnen een half uur weer terug met de vraag wanneer ze de rest van de spullen op kwamen ruimen. Toen werd ik uitgelachen, maar dat zou ze later nog duur komen te staan… Daarover, en ook over de burgermeester lees je meer in mijn volgende columns.

Jeffrey Kemper