- Jonko, het populairste Surinaamse woord (onder blowers) 💨
- Column • Weekje in Weens hoofdkwartier van de War on Drugs
- Dr. Groen verpot Somari en proeft Frosty Tooth
- Wiet kweken voor eigen gebruik in 2026
- Watertanden met Geordy & Sherbet Queen Auto
- Duitse supermarkt biedt wietzaadjes aan (en is razendsnel uitverkocht)
Jonko, het populairste Surinaamse woord (onder blowers) 💨

Er zijn van die woorden die zo ingeburgerd raken dat niemand nog nadenkt waar ze vandaan komen. Jonko is zo’n woord. Iedere blower gebruikt het, en misschien zelfs zonder te weten dat Jonko eigenlijk een Surinaams woord is. Toch is de jonko ook een beetje Hollands glorie, want het is Nederlands populairste Surinaamse woord (onder blowers).Â
Noem jij een jointje ook een jonko? Dan spreek je dus ook een beetje Sranantongo, want zo heet de taal waar we het woord jonko van geleend hebben. We vertellen je er in dit artikel alles over, maar eerst: wat is een jonko eigenlijk? Het zal je namelijk verbazen maar het is dus niet hetzelfde als een joint. Huh?
💨 Wat is een jonko? En een spliff? Of een joint? – Een jonko is een joint met wiet of hasj, gemengd met tabak. Een spliff wordt ook met tabak gedraaid. En in een joint zit alleen pure wiet, zonder tabak. Wat wij in Nederland een jonko noemen, is technisch gezien dus een spliff. Het woord zelf komt uit het Sranantongo – een taal die in Suriname wordt gesproken.

Een jonko is een spliff met tabak (en dus eigenlijk geen joint, want die is puur).
Foto: Shutterstock
De jonko is al decennialang een veel gehoord woord onder Nederlandse cannabisliefhebbers. Joint, spliff of gewoon een dikke toeter zijn allemaal prima woorden voor de variatie. Maar er gaat voor Surinaamse en veel Nederlandse blowers dus niets boven een goed gedraaide jonko – mĂ©t tabak zoals je nu weet.
Waar komt het woord jonko vandaan?
Het woord jonko is een leenwoord uit het Sranantongo. Dat is de creoolse taal die in Suriname wordt gesproken, en die wortels heeft in het Afrikaans, Engels, Nederlands en Portugees. Dat bevestigt ook het Algemeen Nederlands Woordenboek (ANW) van het Instituut voor de Nederlandse Taal. Via de Surinaamse gemeenschap in Nederland raakte het woord eerst ingeburgerd in de Nederlandse straattaal.
In de jaren negentig en tweeduizend ging het hard. De opkomst van de Nederlandse hiphop zorgde ervoor dat het Surinaamse woord voor spliff mainstream werd. Artiesten als Bokoesam en Bizzey gebruiken het woord alsof het gewoon een Nederlands woord was. En zo werd het dat dus ook. 🎤
Naast jonko hoor je overigens ook wel jonkoe of djonko, maar dat zijn gewoon varianten van hetzelfde woord, afhankelijk van wie je het vraagt en waar diegene vandaan komt.

Jonko’s draaien, jonko’s choken
Rondom wiet roken en cannabis heeft zich een hele eigen vocabulaire ontwikkeld. Een kleine greep uit de woorden en uitspraken die je in veel coffeeshops kunt horen, maar misschien nog niet kende.
Jonko’s klappen: een joint met tabak roken. “Kom we gaan even jonko klappen”, is een uitnodiging die je eigenlijk nooit moet afslaan.
Een jonko draaien: een joint met tabak draaien. Een kunstje op zich waarbij iedereen zijn eigen voorkeur heeft. De een draait conisch gevormde joints, de ander heeft ze liever recht. Binnenstebuiten, dun, dik, kort of lang, jonko’s kunnen op vele manieren gedraaid worden.
Dikke jonko: spreekt voor zich. Een flinke, stevig gedraaide joint met een behoorlijke diameter. Maar de toevoeging dik kan echter ook een compliment zijn. In dat geval mag je trots zijn op je draaiwerk en uiteraard je wiet, want die kan ook heel dik zijn soms.
Choken: is gewoon een jointje roken.
Wierie: is wiet, maar niet alleen omdat het ongeveer hetzelfde klinkt. Wiwiri betekent in het Surinaams namelijk kruid of blad.
🌿 Puur of met tabak? – Steeds meer blowers roken tegenwoordig liever pure jonko’s zonder tabak. Deze zijn niet lichamelijk verslavend (geen nicotine), geven een helderder high, en je proeft de wiet beter. Het nadeel: pure jonko’s bevatten meer wiet, en wiet is veel duurder dan tabak. Ook de pure jonkoliefhebber doet er dus goed aan om zijn eigen wiet te kweken.

Een pure joint met Super Silver Haze en een luxe glazen RipTip.
De jonko als sociaal ritueel
De jonko is meer dan alleen een consumptievorm. Het is een sociaal ritueel dat je niet alleen voor jezelf uitvoert. Of toch, dat doe je soms ook, maar het échte jonko-moment is het gedeelde moment. In een park, op een festival, na het eten op het balkon. De jonko gaat rond, het gesprek wordt beter, de muziek klinkt anders.
Het is geen toeval dat coffeeshops al vijftig jaar op dit ritueel draaien. De coffeeshop heeft namelijk ook een sociale functie. Je gaat er zitten, draait ter plekke, praat eens met iemand. Een joint is vaak de aanleiding voor een gesprek – en soms ook nog beste gedeelte van de avond.
Dat het woord ook ver buiten de cannabiswereld bekend is (en zelfs bij mensen die zelf nog nooit een jonko hebben gerookt) zegt genoeg over hoe diep het Surinaamse leenwoord is ingesleten in de Nederlandse taal. En vooral dus in de Nederlandse cannabiscultuur.





































































