(advertentie)
(advertentie)
(advertentie)

Het plotselinge ontstaan ​​van “de vreetkick” na cannabisgebruik is geen verzinsel, en nieuw onderzoek suggereert dat het een cognitieve reactie is die optreedt ongeacht geslacht, leeftijd, gewicht of recente voedselinname. Onderzoekers zeggen dat deze bevindingen aanknopingspunten kunnen bieden voor de behandeling van mensen die worstelen met gebrek aan eetlust, zoals kanker- en aidspatiënten.

Die vreetkick na het blowen komt, sowieso en snel

De meeste mensen weten dat cannabis ‘vreetbuien’ kan opwekken. Maar wat als die plotselinge drang om te eten niet alleen te maken heeft met een goed gevoel – of zelfs met honger? Dit nieuwe, gecontroleerde onderzoek toont aan dat cannabis mensen binnen enkele minuten kan aanzetten tot eten, zelfs als hun lichaam geen extra brandstof nodig heeft.

Het effect treedt snel op, is niet gebonden aan leeftijd of lichaamsbouw. Wiet lijkt daarmee de normale signalen van de hersenen die zeggen: “Je hebt genoeg gegeten”, te overschrijven.

De studie is onder de fraaie titel ‘Cannabis produces acute hyperphagia in humans and rodents via increased reward valuation for, and motivation to, acquire food‘ gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS).

Ontrafelen mechanisme vreetkick ook medisch belangrijk

Voor onderzoekers is dit meer dan een eigenaardige bijwerking, het is een clou. Als wetenschappers precies kunnen achterhalen hoe cannabis die motivatieschakelaar in de hersenen omzet, kunnen ze mogelijk behandelingen ontwikkelen die patiënten helpen die hun eetlust verliezen tijdens kanker, chronische ziekten of ernstige infecties.

Met andere woorden: de wetenschap achter de vreetkick zou op een dag mensen kunnen helpen die dringend moeten eten, maar er gewoon geen zin in hebben. Ook aandoeningen als anorexia en boulimia nervosa zouden baat kunnen hebben aan cannabistherapie.

Een handig promotiebusje op 420 in New York vorig jaar, dat tevens bewijst dat de vreetkick – “the munchies” in het Engels – door THC-consumptie inderdaad onafwendbaar is…

Aan de vape met wiet in het lab

Goed, hoe gingen de Amerikaanse onderzoekers te werk? In een laboratorium in de buurt van Pullman in Oost-Washington moesten de menselijke proefkonijnen aan de vaporizer met wiet (of ze kregen een placebo).

De volwassenen die de echte wietdamp inhaleerden, begonnen al snel te eten nadat er snacks voor hen waren neergezet. Gewicht, geslacht, leeftijd, recente maaltijden en dosis hadden geen invloed op het effect, en het grootste deel van de extra inname vond plaats binnen de eerste 30 minuten na inname.

Psychologieprofessor Carrie Cuttler van de Washington State University (WSU) documenteerde tijdens deze sessies dat deelnemers significant méér aten dan degenen die een placebo kregen.

De grootste verrassingen was wat er níét toe deed

“Omdat de reactie dwars door de gebruikelijke verschillen in honger en metabolisme heen liep, vereisten de bevindingen een nadere analyse van de veranderingen die cannabis in de hersenen teweegbrengt”, vervolgt de studie.

Een van de grootste verrassingen was wat er níét toe deed. Leeftijd, geslacht, lichaamsgewicht, zelfs wanneer iemand voor het laatst gegeten had – niets daarvan voorspelde wie meer zou eten. Het extra snacken trad snel op, voornamelijk binnen de eerste 30 minuten, en de hogere dosis van 40 milligram had geen dramatisch ander effect.

De onderzoekers: “Dit leek niet op een langzaam opbouwende honger. Het leek direct – eerder alsof de hersenen voedsel detecteerden en plotseling besloten: “Ja, dat is het waard!”‘

Dubbelchecken en doorgraven met stonede ratten

Omdat het effect zo consistent was bij alle deelnemers, besloten de onderzoekers een rattenmodel te gebruiken om dieper te onderzoeken wat de oorzaak ervan was.

In het dieronderzoek moesten ratten op hendels drukken om verschillende soorten voedsel te verdienen. Elke druk vereiste inspanning, waardoor de onderzoekers motivatie konden meten, en niet alleen eetlust.

Na blootstelling aan cannabis bleven de ratten werken voor voedsel, zelfs nadat ze genoeg hadden gegeten om normaal te stoppen. Ze begonnen eerder met eten, namen kortere pauzes en keerden terug voor meer rondes.

Het ging niet om één favoriete snack. Het ging om motivatie. Het feit dat hetzelfde patroon zowel bij mensen als bij ratten werd waargenomen, gaf de wetenschappers het vertrouwen dat ze een fundamenteel hersensysteem hadden aangeboord – een systeem dat bepaalt hoe belonend voedsel aanvoelt.

Wát gaan wij eten als we high zijn van wiet?

Als cannabis zoetigheid simpelweg onweerstaanbaar maakt, zou je verwachten dat mensen massaal suikerrijke snacks zouden eten. Dat was echter niét wat er gebeurde.

De deelnemers grepen naar zoet, vet en eiwitrijk voedsel in ongeveer dezelfde verhoudingen als normaal. Ze veranderden niet wat ze lekker vonden. Ze aten gewoon meer van alles. “Beef jerky was een van de dingen waar stonede mensen het meest naar grepen – wat ik niet begrijp”, zegt Dr. Cuttler.

Bij ratten zorgde cannabis er zelfs voor dat eerdere voorkeuren veranderden. Voedsel dat eerst minder gewaardeerd werd, bleek plotseling net zo de moeite waard als de favorieten. “Het signaal ging niet over smaak, maar over waarde’, luidt de verklaring van de onderzoekers hiervoor.

Voedsel dat meer voldoening geeft

De belangrijkste verandering zat niet in de smaak, maar in de motivatie. Cannabis leek de waargenomen beloning van voedsel te verhogen. Zelfs na het eten verdween het signaal “dat was genoeg” langzamer. De ratten gingen steeds weer terug naar de hendel.

Onder normale omstandigheden brengt het lichaam de voedselinname in evenwicht met de energiebehoefte door middel van homeostatische signalen. Maar hier leken die interne remmen zwakker te zijn.

Dat onderscheid is belangrijk. Als cannabis de motivatie verhoogt in plaats van de honger zelf, zouden behandelingen zich mogelijk kunnen richten op de beloningscircuits in de hersenen in plaats van simpelweg te proberen voedsel lekkerder te maken.

Hersenschakelaars achter snacken

Centraal in dit verhaal staat THC, de stof in cannabis die verantwoordelijk is voor de high. In de hersenen bindt THC zich aan CB1-receptoren – aanhechtingspunten die helpen bij het reguleren van eetlust en verlangen.

Toen onderzoekers de CB1-receptoren in de hersenen van de ratten blokkeerden, verdween het extra eten. Maar het blokkeren van vergelijkbare receptoren elders in het lichaam stopte het effect niet.

Dit tegenstrijdige resultaat wijst duidelijk naar de hersenen. De trigger begon niet in de darmen. Het gebeurde in neurale circuits die gekoppeld zijn aan beloning.

Voor geneesmiddelenontwikkelaars is dat een cruciale aanwijzing. Toekomstige therapieën die de eetlust remmen, moeten zich mogelijk specifiek richten op CB1-receptoren in de hersenen in plaats van alleen op het spijsverteringsstelsel.

Hongerhormonen blijven (onverwacht) rustig

Als dit gewone honger was geweest, zouden de eetlusthormonen in het bloed waarschijnlijk zijn gestegen. Maar dat gebeurde niet.

Bloedonderzoek toonde géén piek in de gebruikelijke chemische signalen die toenemen wanneer de energie laag is. In plaats daarvan trad het eetgedrag op voordat de hormonen de tijd hadden om te veranderen. Die timing past bij snelle neurale signalen – signalen die gedrag bijna direct kunnen veranderen.

Voor patiënten die hun eetlust verliezen, zou een behandeling gebaseerd op dit mechanisme de eetlust kunnen stimuleren zonder wijdverspreide hormonale veranderingen in het lichaam te veroorzaken.

Verlies van eetlust bij kanker en andere ziektes

Voor veel mensen met kanker gaat verlies van eetlust gepaard met gewichtsverlies. Eten kan zinloos, zelfs een last, gaan lijken. Naarmate de calorie-inname daalt, nemen spiermassa en -kracht af. Herstel wordt moeilijker. Vermoeidheid neemt toe. De volgende behandelingsronde met chemotherapie kan nóg zwaarder aanvoelen.

Buiten de oncologische zorg neemt de eetlust vaak af bij gevorderde infecties of chronische ziekten, waardoor patiënten niet meer in hun basisbehoeften aan energie kunnen voorzien.

Als wetenschappers deze door de hersenen aangestuurde motivatieschakelaar kunnen benutten, kunnen ze mogelijk therapieën ontwikkelen die patiënten helpen eten – niet omdat ze honger hebben, maar omdat eten weer de moeite waard voelt.

Honger aanpakken met wiet maar dan zónder de high

Een receptplichtige vorm van THC wordt al gebruikt. Dronabinol, een synthetische versie van de stof, is goedgekeurd om de eetlust te stimuleren bij mensen met verworven immuundeficiëntiesyndroom (aids) en om misselijkheid door chemotherapie te verminderen.

Met andere woorden: op cannabis gebaseerde medicijnen maken al jaren deel uit van de klinische zorg. Maar buiten het laboratorium is het ingewikkeld. Gerookte of verdampte cannabis kan sterk variëren in sterkte en samenstelling, en de effecten van de intoxicatie zijn niet voor iedereen hetzelfde. Bij sommigen kan het angst, geheugenproblemen of een snelle hartslag veroorzaken.

Daarom zoeken wetenschappers naar iets preciezer. Als onderzoekers zich alleen kunnen richten op de CB1-receptoren in de hersenen die honger opwekken, kunnen ze mogelijk de eetlust stimuleren zonder de rest van de high.

Hoe verder met cannabis, vreetkick en medische behandeling?

In theorie zou dat patiënten kunnen helpen meer te eten zonder ongewenste cognitieve of emotionele bijwerkingen.

Een theorie is echter geen behandeling. Elk toekomstig medicijn zou strenge klinische onderzoeken vereisen. Het stimuleren van de eetlust helpt alleen als het de angst niet verergert, het geheugen niet aantast of het hart niet belast.

Door het eten te koppelen aan motivatiecircuits en specifieke hersenreceptoren, hebben onderzoekers nu een duidelijker beeld van wat er gebeurt bij cannabisgebruik.

De volgende stap is bepalen of eetlust daadwerkelijk losgekoppeld kan worden van intoxicatie – en of die scheiding de patiënten die het het meest nodig hebben, veilig kan helpen.

[beeld: Shutterstock]