(advertentie)
(advertentie)
(advertenties)

Jawel, breeder John Hunt klom weer voor ons in de pen. Deze week geeft hij je zijn visie op het selecteren van het beste fenotype van je zelfgekweekte zaden. Wat zijn belangrijke eigenschappen om als veredelaar op te letten? Hoe herken je dat ene juweeltje van een wietplant om je kweektent mee vol te zetten?

John Hunt

Als breeder en kweekspecialist heeft John Hunt invloed op de cultivatie van grote (medicinale) cannabisproducenten in meerdere Amerikaanse staten. Hij is sinds 2009 bij de gereguleerde Amerikaanse cannabisindustrie betrokken, en de sales manager van Purple Scientific. Zijn focus ligt bij het veredelen van nieuwe wietsoorten vooral op het behoud van terpenen (smaakstoffen) bij extracties, en de creatie van wietsoorten met unieke smaakprofielen. Om THC- en CBD-gehaltes te meten, maakt hij bij de selectie van zijn wietplanten onder meer gebruik van PURPL Pro scanner. Hij is op Instagram te vinden als @grimeygatsby.

Heb je na het lezen van dit interview vragen over veredelen, kweken of andere cannabiszaken? Neem dan contact op met de mensen van Delta9 Analytics, die ook dit exclusieve interview voor ons regelden.

Wietsoorten selecteren na een eerste kruising

Voor mij persoonlijk is het selecteren van fenotypes een favoriet onderdeel van het veredelen. Nadat je je eerste mannelijke en vrouwelijke planten hebt gekozen. Deze hebt gekruist om je eigen zaden te maken, en je de zaden hebt getest, is het tijd om de planten te selecteren die je wilt houden.

Ik zal je vertellen waar ik op let bij deze selectie. Alle criteria zijn belangrijk, dus ze zijn in willekeurige volgorde. Het zijn allemaal stukjes van een puzzel, die als het ware samenwerken om je te laten zien wat het beste fenotype is. Geheel afhankelijk van jouw wensen als kweker uiteraard.

  • groeisnelheid
  • plant hoogte
  • voedingsopname
  • weerstand tegen uitdroging of andere problemen
  • potentie – THC en CBD gehalte testen met de Purple PRO
  • terpenenprofiel – hoe de plant ruikt tijdens groei, bloei en na het curen en eventueel als concentraat
  • bloeitijd
  • stabiliteit tijdens de bloei – zitten er geen mannelijke bloemen (herma’s) aan takken of over de gehele plant?
  • unieke eigenschappen – zijn er fenotypes met eigenschappen die geen andere plant heeft?

Om het overzichtelijk te houden maak ik meestal een schema in een spreadsheet programma. Op dat schema staan alle bovengenoemde eigenschappen en wat ruimte voor aantekeningen. Voor sommige eigenschappen zoals de groeifase, geef ik de planten een cijfer tussen de 1 en de 10. Hierdoor krijg ik een beter idee welke fenotypes ik goed vind en welke niet. Of welke planten ik tijdens de bloeifase in de gaten moet houden.

Ook de bladeren zijn een belangrijke eigenschap om op te letten. De gekartelde bladranden, hoe groot de bladeren zijn, hoeveel bladvingers ze hebben en hoeveel blad er aan de plant groeit. Je kunt een hoop zeggen over een zaailing, aan de hand van de bladeren. Zijn ze smal en lang zoals die van Haze soorten? Of breed zoals bladeren van een Kush? Wordt een plant met smalle bladeren ook een lange open plant, of blijft ze kort en compact met lange toppen en een te gek terpenenprofiel? In dat geval heb je wellicht een unieke feno die de moeite waard is om te behouden.

Testen met de Purple PRO

Ik test al mijn fenotypes in week 2, 4, 6 en 8 van de bloeifase, en na het curen met een Purple PRO. Hierdoor kan ik de productie van THC en CBD tijdens de bloeifase volgen, en weet ik de potentie van het eindproduct. Als je hierbij merkt dat het THC gehalte in week 6 en 8 gelijk is gebleven, dan kun je overwegen om een plant te selecteren waarbij het THC gehalte tot het einde van de bloei blijft toenemen.

De Purple PRO geeft je als veredelaar belangrijke extra data, die in het verleden onmeetbaar was. We gebruiken er een in al onze kwekerijen, en de resultaten zijn direct af te lezen. Hierdoor weten we ook of de plaats in onze kweekruimte invloed heeft, en of planten in de hoeken het net zo goed doen als die in het midden onder het licht.

Eenmaal geoogst, gedroogd en gerijpt kun je je geselecteerde fenotypes proeven. Samen met de THC en CBD gehaltes en alle verzamelde data, heb je nu alle informatie die je nodig hebt om je beste fenotype te selecteren. Veel breeders beslissen op basis van de smaak en het effect. Als je die methode samen met het bovenstaande combineert, kun je een fenotype selecteren. Een wietplant om stekken van te nemen en productie mee te draaien, die goed groeit, potent is en een goede smaak en het gewenste effect geeft.

Volgende week zal ik proberen uit te leggen wat het belang van het THC en CBD percentage is bij het veredelen. THC en CBD gehaltes staan namelijk niet alleen op zichzelf, maar gaan vaak hand in hand met terpenenproductie en smaak en effect.

John Hunt

(advertenties)