(advertentie)
(advertentie)
(advertentie)

Als je de ‘making of’ een beetje hebt gevolgd, dan ben je ondertussen op de hoogte van de basis van het veredelen en weet je hoe je aan de hand van het Hardy-Weinberg principe genetisch zuiver kruist. Alleen om écht een nieuwe soort te kweken mis je nog wat geavanceerde veredel-technieken. 

Laat je niet afschrikken door de titel van dit artikel, veredelen voor gevorderden gaat dan wel over een paar geavanceerde veredel-technieken waarmee je genotypen kunt achterhalen, echt moeilijk is het ook weer niet. We zullen je vertellen hoe je F1 en F2 terugkruisingen, F2 hybride kruisingen en F3 terugkruisingen kunt maken. Het doel is steeds het achterhalen en manipuleren van het genotype van de planten waarmee je werkt. Ken je het genotype van de ouderplanten, dan kun je namelijk voorspellen welke eigenschappen een bepaalde kruising zal opleveren.

Ken je het genotype van de ouderplanten, dan kun je voorspellen welke eigenschappen een bepaalde kruising zal opleveren

Even resumeren

Dit is het zesde deel van de ‘making of’ een nieuwe wietsoort, we kunnen ons zo voorstellen dat je niet alles onthouden hebt dus we nemen nog even door wat we tot nu toe allemaal besproken hebben. Het begint een beetje op een biologieles te lijken allemaal, maar hé, je moet er wat voor over hebben als je de nieuwe AK-47, Super Skunk of White Widow wil maken.

We zijn begonnen met een aantal basistermen uit de erfelijkheidsleer en hebben daarna het Hardy-Weinberg principe doorgenomen, een formule waarmee je de frequentie van genotypen voor bepaalde eigenschappen kunt berekenen. In het derde deel hebben we geleerd hoe we een testkruising kunnen maken om uit te vogelen of een eigenschap homozygoot of heterozygoot dominant dan wel recessief is en in het laatste delen hebben we het gehad over Mendels Erwt-experimenten en het maken van genetisch zuivere planten.

De terugkruising

In het voorbeeld van vorige week, bedachten we een OG Kush en een Neville’s Haze. Beide soorten hadden gewenste eigenschappen voor een fictieve nieuwe OG Haze, zoals een lichtgroene bladkleur.

De eerste kruising tussen de Kush en de Haze levert ons zogenaamde F1 hybriden op. Als we er voor het gemak even van uitgaan dat de beide ouders homozygoot zijn voor de eigenschap bladkleur. De OG Kush heeft donkergroene bladeren en de Neville’s Haze heeft lichtgroene bladeren, maar welke eigenschap is dominant? Dat weten we pas wanneer we het nageslacht zien, die zullen namelijk allemaal bladeren hebben in de kleur van de plant waarbij die eigenschap dominant is, zoals we in het tabelletje hieronder kunnen zien.

De planten die uit deze kruising voortkomen noemen we hybriden. Omdat S dominant is en s recessief hebben alle planten de dominante bladkleur en weten we ook welke kleur dat is, en van welke ouder die dominante eigenschap kwam. Laten we even stellen dat alle planten lichtgroen van kleur zijn en dat lichtgroen dus dominant is boven donkergroen. S = lichtgroen, de dominante eigenschap van de Neville’s Haze en s is donkergroen, de recessieve eigenschap van de OG Kush.

Aangezien er in het nageslacht geen variatie zit voor wat betreft de bladkleur, weten we ook dat beide ouders homozygoot waren voor wat betreft de bladkleur (SS en ss). Alle nageslacht is echter heterozygoot voor dezelfde eigenschap (Ss). Door nu terug te kruizen kunnen we onze genenpoel zo manipuleren dat we 100% lichtgroene bladeren krijgen wanneer we ermee verder veredelen. We kruisen een F1 hybride terug met onze oorspronkelijke Neville’s Haze.

Onze terugkruising resulteert in de zogenoemde F2 terugkruising. Alle planten hebben lichtgroene bladeren, de helft is homozygoot dominant (SS) en de helft is heterozygoot (Ss). Hadden we niet terug gekruist, maar de heterozygote F1 kruising gebruikt, dan hadden we een populatie gehad met 25% homozygoot dominante planten, 50% heterozygote planten en 25 homozygoot recessieve planten.

Terugkruisen is een belangrijke tool uit de gereedschapskist van de zadenveredelaar. Je kunt de frequentie van bepaalde genotypene aanzienlijk mee verhogen. De gewone F2 hybride levert afwijkende fenotypes op met ongewenste donkergroene bladeren, uit de F2 terugkruising komen alleen maar planten met de gewenste lichtgroene bladeren.

F3 terugkruising

Het voorbeeld hierboven gaat over een simpele terugkruising, maar we kunnen nog verder terugkruisen als we willen. Laten we kijken wat er gebeurd wanneer we onze F2 terugkruising nog eens terugkruisen met de originele ouder. Door stekken van deze planten te nemen kunnen we haar in leven houden terwijl we de F2 kruising maken en het nageslacht daarvan grootbrengen.

Aangezien de F2 terugkruising twee verschillende genotypen opleverden (SS en Ss) zal de helft van onze F3 terugkruising hetzelfde resultaat opleveren als de F2 kruising zelf, en de andere helft de gewenste eigenschappen insluiten in planten met die homozygoot dominant zijn voor onze gewenste lichtgroene bladkleur, kijk maar.

In de tweede F3 terugkruising, die met de homozygote F2 terugkruising en de originele neville’s Haze, is al het nageslacht homozygoot dominant (SS) en dus een genetische zuivere plant voor die eigenschap. Welke kruising we verder ook met deze planten nog maken, het resulteert altijd in nageslacht met de gewenste lichtgroene bladeren. De eigenschap is nu zuiver en stabiel.

(advertenties)